Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Keerpunt  -  Over persoonlijke crises en kansen
Wie is er nu gek?  -  Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd  -  Levensverhaal van een Auschwitz-overlevende
Tien componistenportretten in woord en beeld
Niet storen  -  Kritische beschouwing over de Riagg in woord en beeld

 CV 
Saar Roelofs


saar.roelofs@xs4all.nl 

Enter EN
English

© 
Partner 
Productions


NIET STOREN
EEN KRITISCHE BESCHOUWING 
OVER DE RIAGG IN WOORD EN BEELD

Dr. Saar Roelofs  
__________________________________________

"Treffend en geestig."
EenVandaag

"Evenwichtige verdeling tussen diepgaande en luchtige items. Pakkende cartoons." 
Tijdschrift voor Psychiatrie

"Een gevarieerd en aantrekkelijk werk dat belangrijke vragen stelt." 
Amsterdamse PatiŽnten Krant

"De wijze waarop in de GGZ de praktijk wordt beoefend, is zeer verontrustend. 
Niet storen  beschrijft die processen haarfijn." 

Jos H. Dijkhuis, oud hoogleraar Klinische psychologie en Psychotherapie

 

BelvťdŤre,  maart 1997
A4 formaat, 163 pag.

In Wie is er nu gek? (2008) 
gaat Saar Roelofs dieper in op 
de
therapeutische relatie


Niet Storen is een kritische beschouwing over de geestelijke gezondheidszorg anno 1997.
Van 1981 tot 2000 was de ambulante geestelijke gezondheidszorg ondergebracht in 59 Riagg's (afkorting van Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg) - met uitzondering van een paar instellingen die nog tot 2015 die naam droegen.

Niet storen bevat analyses van het bureaucratische organisatiemodel en de hulpverlening, en biedt op toegankelijke wijze achtergrondinformatie over de diagnostiek (DSM en alternatieven), diverse behandelingsmethoden (zoals traumabehandeling en lichaamsgerichte therapie) en vernieuwingen in de hulpverlening (waaronder hulp voor vluchtelingen en mensen met een migratieachtergrond).   

Het boek is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek waaronder de kritische vakliteratuur over de Riagg's (1987-1996), publicaties van Riagg's uit alle windstreken (1991-1996), onderzoek naar cliŽntendossiers en eigen observaties als afdelingshoofd/ gedragstherapeut in de Riagg Amsterdam Zuidoost (1991-1993). 

Niet storen is 
gelardeerd met praktijkvoorbeelden
, citaten uit de vakpers en kopstukken uit het veld, en de wereldliteratuur. Het boek is verluchtigd met pastiches en 80 cartoons van eigen hand. Het bestaat uit drie delen: 1) De organisatie, 2) De hulpverlening en 3) Vernieuwingen. 

Het boek sluit af met de ontwikkelingen in de Riagg Zuidoost na de Bijlmerramp die de auteur van nabij meemaakt. Die ontwikkelingen laten zien dat er in de organisatie een potentieel aan creativiteit, flexibiliteit en bezieling schuilt dat dwars op het gangbare systeem staat. Ze werden echter in de kiem gesmoord. (De Riagg Zuidoost is inmiddels opgegaan in Arkin GGZ Amsterdam.)

Nog steeds actueel
Hoewel
Niet storen uit 1997 stamt, worden in het boek  thema's behandeld die nog steeds actueel zijn, zoals de starre diagnostiek aan de hand van het psychiatrisch handboek DSM, de ontoereikende behandeling van complexe (jeugd)trauma's, de tekortschietende hulpverlening aan vluchtelingen en de ver doorgevoerde bureaucratie. Ook kan een cliŽnt nog steeds op vele manieren verstrikt in de hulpverlening raken.

 


SAMENVATTING

DEEL I: DE ORGANISATIE

Inleiding. Het boek opent met een bloemlezing van artikelen door de landelijke dagbladen waarin onder meer verslag wordt gedaan van het wetenschappelijk onderzoek door het Trimbos-instituut over het ondermaatse functioneren van de Riagg's in de jaren 1992-1996.

In Deel I bespreekt Saar Roelofs het ontstaan van de Riagg's, de vergadercultuur, het omslachtige taalgebruik, de frequente schermutselingen tussen collega's en de groepsdruk die het uitdragen van een eigen visie belet. Zij beschrijft hoe steeds meer en steeds strakkere regels, voorschriften, procedures, protocollen en gedragscodes worden opgesteld teneinde de conflicten en schermutselingen tussen de collega's in toom te houden.  


Verder gaat zij in op het feit dat werknemers vaak tegelijkertijd meerdere functies met tegengestelde belangen vervullen en de onrust die dat in de organisatie teweegbrengt. 

Hulpverleners psychisch ziek van de slechte sfeer
Ten slotte komt aan de orde dat de gebreken in de Riagg-organisatie consequenties hebben voor de gezondheid van het personeel. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat veel Riagg-werknemers ziek worden van de slechte sfeer op het werk, de slechte arbeidsverhoudingen, de slechte onderlinge communicatie, het slechte management en onverenigbare functies of opdrachten.

Niet storen
De enige plek waar de hulpverleners ongestoord hun gang kunnen gaan, is tussen de vier muren van de behandelkamer achter de gesloten deuren met de bordjes Niet storen. Daar zijn ze eigen baas. Over wat er in de behandelkamer gebeurt, vragen collega's elkaar geen verantwoording.


DEEL II: DE HULPVERLENING

In Deel II wordt de hulpverlening in de Riagg's onder de loep genomen. Een belangrijk punt van kritiek is het gebruik van het Diagnostisch en Statistisch Handboek voor Geestesstoornissen (DSM) bij het stellen van een 'diagnose'. De DSM is echter niet geschikt als diagnostisch instrument maar voldoet aan de behoefte van de hulpverlener aan eenduidige psychiatrische classificaties, aan een duidelijk onderscheid tussen "gezond" en "ziek",  aan beheersing en controle en dientengevolge aan het reduceren van de angst en onzekerheid. Niet storen biedt een alternatieve wijze van diagnosticeren. 

Spelend met het woord Riagg, introduceert de auteur de term riagnose voor een pseudo-diagnose in de Riagg's. 

Na het stellen van de 'diagnose' volgt een meestal ongerichte behandeling, dat wil zeggen een behandeling zonder een duidelijk behandelplan, evaluaties en een zorgvuldige dossiervoering. Daarbij staat niet de hulpvraag van de cliŽnt centraal maar de voorkeur van de hulpverleners voor een puur verbale hulpverlening aan relatief jonge, autochtone cliŽnten met vage klachten. De auteur spreekt over een voorkeur voor 'puzzelen', dat wil zeggen: in het verleden of de kindertijd van de cliŽnt zoeken naar puzzelstukjes die de huidige problematiek van de cliŽnt zouden kunnen verhelderen. Het 'puzzelen' geniet een hoge status in de Riagg's. Voor de behandeling van migranten of oudere en minder goed opgeleide cliŽnten bestaat weinig animo; evenmin voor het behandelen van dagelijkse, concrete problemen met praktijkgerichte oefeningen. 

Maar ook al puzzelen hulpverleners graag, als puntje bij paaltje komt, zijn ze meestal niet in staat trauma's te ontdekken of te behandelen. Veelal  uit angst voor de emoties van de cliŽnt zijn zijn geneigd die "toe" te "dekken".

Hulpverleners zien een onverwerkte trauma's meestal aan voor Persoonlijkheidsstoornis in plaats van die te begrijpen als een Posttraumatische Stress-stoornis, dat is een stoornis waarin de oorzaak al in de naam besloten ligt en waarvoor adequate behandelingsmethoden bestaan. In dat kader beschrijft de auteur diverse vormen van trauma's en de manier waarop die binnen een adequate hulpverlening kunnen worden opgespoord en verwerkt.


DEEL III: VERNIEUWINGEN 

In Deel III wordt aandacht besteed aan vernieuwingen door progressieve, veelal kleine afdelingen in de Riagg's, de afdelingen Preventie, Innovatie & Onderzoek. Die vernieuwingen betreffen onder meer hulpverleningsprogramma's voor mensen met een migratieachtergrond, vluchtelingen, en cliŽnten met arbeidsgerelateerde klachten. Er worden diverse hulpverleningsprogramma's beschreven die gericht zijn op concrete, sociaal-maatschappelijke problemen. Wegens weerstand daartegen komen die programma's echter niet van de grond. De reden daarvan is dat hulpverleners een voorkeur geven aan diepgravende therapie bij autochtone, goed opgeleide en maatschappelijk succesvolle cliŽnten met vage klachten en graag puzzelen. 

In Deel III komt ook het onvermogen van veel hulpverleners en organisaties om met feedback van progressieve collega's, cliŽnten, cliŽntenorganisaties en de kritische vakliteratuur om te gaan aan bod. Voorts laten citaten uit kritische rapporten zien dat veel cliŽnten teleurgesteld zijn in de hulpverlening. Niet iedere teleurgestelde cliŽnt weet echter de weg naar de cliŽntenorganisaties te vinden. Zij raken verstrikt in de hulpverlening


De Riagg Zuidoost na de Bijlmerramp: een metamorfose

Aan het einde van Deel III wordt aandacht besteed aan de positieve ontwikkelingen in de Riagg Zuidoost Amsterdam na de Bijlmerramp waar de auteur in de jaren 1991-1993 als afdelingshoofd werkzaam is, als volgt. 

Na de Bijlmervliegramp van 4 oktober 1992, toen zich op een steenworp afstand van de Riagg Zuidoost een vrachtvliegtuig van El Al in een flatgebouw boorde, verandert deze Riagg van een verstarde organisatie in een flexibele en cliŽntvriendelijke hulpverleningsinstantie. Het verhaal van de cliŽnt staat nu centraal. Er is geen plaats is voor starre psychiatrische DSM-classificaties. De overgrote meerderheid (84%) van de rampslachtoffers heeft een migratieachtergrond. Kort na de ramp wordt een aangepast migrantenbeleid aangenomen dat meer hulp voor en door migranten mogelijk maakt. Er vindt een ware metamorfose plaats. 

Discriminatie en censuur. De metamorfose is echter van korte duur. Niet lang n
a de ramp worden de vernieuwingen door de conservatieve krachten in de Riagg in de kiem gesmoord. Sterker, er is dan sprake van een dictatoriaal beleid dat zich vertaalt in censuur en in discriminatie van cliŽnten met een migratieachtergrond. 

Hoopvol. Desondanks eindigt Niet storen met de volgende conclusie. De metamorfose na de Bijlmerramp laat zien dat er in de organisatie een potentieel aan creativiteit, flexibiliteit en bezieling schuilt dat dwars op het gangbare systeem staat. Ook al werden de vernieuwingen in de kiem gesmoord, toch stemt het feit dat de ontwikkelingen daadwerkelijk van de grond kwamen hoopvol. Het boek eindigt met de vraag of het mogelijk is de positieve krachten opnieuw te mobiliseren.  

Lees de volledige tekst uit Niet storen: De Riagg na de Bijlmerramp: een metamorfose.

De cartoons zijn auteursrechtelijk beschermd


In de Riagg Zuidoost heerst in de jaren rond de Bijlmerramp een diepgewortelde angstcultuur die al jarenlang bestaat. Een organisatieadviseur die al meerdere malen is binnengehaald om orde op zaken te stellen, spreekt in zijn rapport over een "hopeloze jungle".

De Bijlmerramp brengt een sprankje collectieve empathie in de organisatie. Zoals gezegd, wordt dat sprankje door de conservatieve krachten al snel weer gedoofd. Dit heeft nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de hulpverlening, onder meer voor de hulp aan de slachtoffers van de Bijlmerramp. 

Uit een onderzoek van de vakgroep Psychiatrie van het Academisch Medisch Centrum (AMC) uit 1995 blijkt het volgende:

Anderhalf jaar na de ramp kampt nog 34% van de slachtoffers met een verwerkingsstoornis; dit, terwijl het merendeel van de betrokkenen behandeld is. De onderzoekers constateren dat de behandelexpertise met betrekking tot de Posttraumatische Stress-stoornis in de Riagg Zuidoost ontoereikend is. Om die reden hebben veel cliŽnten de behandelingen voortijdig afgebroken. 
Zie Van Uchelen en Gersons (1995b)

In 1998-1999 vindt een Parlementaire EnquÍte plaats over de toedracht rond de Bijlmerramp. In haar rapport Een beladen vlucht - Eindrapport Bijlmer EnquÍte schrijft de enquÍtecommissie over de hulp bij psychische klachten                               

"...dat er in 1998 nog zeker 100 mensen rondlopen met een Posttraumatische Stress-stoornis en hieraan gerelateerde klachten, die een gevolg zijn van de Bijlmerramp. Dit ondanks het feit dat er in 1992 en 1993 een groot aantal mensen is behandeld." 

"...dat de psychische nazorg op een aantal punten tekort is geschoten. Hierdoor zijn er anno 1999 nog (veel) mensen met psychische problemen." 


 

REACTIES

RECENSIES

"Evenwichtige verdeling tussen diepgaande en luchtige items.""Pakkende cartoons."
"Het boek gaat in feite over zelfin- genomenheid en opportunisme van hulpverleners." Tijdschrift voor Psychiatrie, 40, 1998, D.P. Ravelli. 

"Roelofs' bezwaren sluiten aan bij de kritiek die de laatste tijd vaak klinkt."
"Een boek met een ontegenzeglijke kracht."Zorg en Welzijn, 2 mei 1997, Lucie Th. Vermij. 

"Een boek dat er niet om liegt. Een levendige beschrijving van hoe het er in de RIAGGs aan toegaat. De moeite van het lezen waard."  Opzij, juni 1997, Margot Minjon.

"Herkenbaar. Roelofs beschrijft niet alleen wat er mis is, maar ook hoe het beter kan." Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, november 1997, J.H. Hoogeveen.

"Niet storen laat op indringende wijze  zien hoe de hulpverleners vastlopen in de fuik van het overleg, Orwelliaanse taal spreken en de patiŽnt in de kou laten staan. Maar geen loodzwaar boek omdat de kritiek met een knipoog en een kwinkslag is verwoord. Een eye-opener voor iedereen die werkzaam is in de GGZ." Modern Medicine, Specialistenblad voor de huisarts, augustus 1997.

"Een gevarieerd en aantrekkelijk werk.dat belangrijke vragen stelt." "Een opbouwend boek, verplichte kost voor alle GGZ-hulpverleners, klanten, financiers en -controleurs." "Hopelijk gaan cliŽnten aan hun hulpverlener nu lastige vragen stellen over hun diagnose."  Amsterdamse PatiŽnten Krant, oktober 1997.

"Saar Roelofs legt trefzeker de vinger op de zere plek." "Tachtig pakkende prenten." "Nuttig voor wie in behandeling gaat." Bulletin CliŽntenbond in de GGZ, maart 1997.

"Ook wanneer je nog nooit een voet in een RIAGG hebt gezet, is het een heerlijk leesbaar boek dat wederom kanttekeningen zet bij de Riagg's die sinds hun oprichting in 1982 veel kritiek oogsten."  Caleidokrant, december 1997.

 INTERVIEWS 

De tv-actualiteitenrubriek EenVandaag wijdt een 10 minuten special aan Niet storen en noemt het "een treffend en geestig boek". Marc Schrikkema, 12 juli 1997.

De Groene Amsterdammer interviewt de auteur en benadert vervolgens professionals in het veld die Niet storen onderschrijven. Eveline Brandt, 14 mei 1997.

"Lekker peuteren in het verleden."  Maurits Schmidt, Het Parool, 27 maart 1997.

"De Riaggs': zijn ze wel zo gezond voor de geest?" Sandra van der Werd & Lucia Kooiman, CliŽntenbond in de GGZ, maart 1999.

OVERIGE REACTIES

"De wijze waarop in de GGZ de praktijk wordt beoefend is zeer verontrustend. Niet storen beschrijft die processen haarfijn." 
"Uitstekende beschrijvingen van de doodlopende wegen die hulpverleners met elkaar menen te moeten kiezen."
Uit een brief van 
Jos H. Dijkhuis, oud hoogleraar Klinische psychologie en Psychotherapie, aan de auteur.

"Zoals u schrijft, zo is het!  De cartoons zetten scherpe puntjes op de i." 
"Verplichte kost voor voor besturen van Riagg's, de Inspectie, het ministerie van VWS."
"De ziekte der ontkenning is de belangrijkste oorzaak van het slechte functioneren van de GGZ."
Uit een brief van Dr. E. Dekker (Beleidsmedewerker ministerie VWS) aan de auteur.

"Ik heb Niet storen met een stroom van momenten van herkenning gelezen. De GGZ heeft mensen zoals u nodig die de moed hebben om open en zonder omwegen processen van schijnhulpverlening bloot te leggen."
Uit een brief van Peter van Overmeir (afdelingshoofd Volwassenzorg Riagg Gooi en Vechtstreek) aan de auteur.

"Dit boek smeekt om een reactie die hopelijk niet blijft steken in welles-nietes spelletjes." 
Tweede Kamerlid Rob Oudkerk (PvdA) bij de ontvangst van het eerste exemplaar.

"Ik heb genoten van het boek."
Berthold Gersons, hoogleraar Psychiatrie AMC, mondelinge mededeling.

Het Ambulatorium (centrum ambulante geestelijke gezondheidszorg) van de Universiteit van Utrecht koopt tien cartoons aan.

Niet storen wordt opgenomen in het curriculum van de Postdoctorale opleiding Psychotherapie voor Centraal Nederland.

UIT BRIEVEN VAN LEZERS

De auteur ontvangt nog minsten tien jaar na publicatie van Niet storen brieven en e-mails van (ex)cliŽnten in de GGZ die zich door het boek gesteund voelen.Hieronder een selectie.

"Nadat ik een interview met u op t.v. had gezien, heb ik uw boek Niet storen aangeschaft en in ťťn ruk uitgelezen. Voor mij betekent dit boek veel, want ik ben als cliŽnt in de geestelijke gezondheidszorg precies die dingen tegengekomen die u beschrijft (en niet alleen bij de Riagg!). Iedere keer als ik mijn kritiek op de gang van zaken uitte, werd dat (zoals u ook beschrijft) door de hulpverleners gebombardeerd tot deel van mijn probleem. Ńlle problemen werden teruggevoerd tot de relatie met mijn ouders (tunnelvisie). Ik stootte keer op keer mijn neus tegen een muur van dogmatisme, onwetendheid en tactloze uitspraken.

Op een gegeven moment was ik het strijden moe. Ik ben opgestapt. Inmiddels was ik bijna echt gaan geloven dat wat ik van de dingen vond, deel van mijn probleem was (de druk die uitgeoefend werd was heel groot). Na het lezen van uw boek wist ik zeker dat ik wel kan vertrouwen op mijn eigen waarnemingen, visie en beoordelingsvermogen. Bedankt voor het boek. Ik heb ondanks de woede die weer bovenkwam erg gelachen bij het lezen. Ik heb zo een aantal ervaringen beter kunnen verwerken en heb het idee vast kunnen houden dat ik echt niet gek was dat ik bepaalde dingen die in de behandeling gebeurden belachelijk vond."  

"Ik heb vele wanhopige momenten gekend onder de "vleugels" van hulpverleners die mij echt onmenselijk behandelden. Uw boek heeft me zo goed gedaan! Eindelijk iemand die het zegt!"

"Ik heb hele slechte ervaringen met de Riagg. Ik werd er alleen maar beroerder van. Toen ik een interview met u las, dacht ik: kon ik maar met haar praten."

   

Naar boven

BRONNEN BIJ NIET STOREN

KRITISCHE VAKLITERATUUR

In de jaren 1987 t/m 1996 verschijnt de ene na het ander kritische publicatie over de Riagg's waaronder vijf onderzoeksrapporten van het Trimbos-instituut. De publicaties behandelen onder meer de geringe animo van de hulpverleners om zich met de concrete problemen van de cliŽnt bezig te houden, de onwil om cliŽnten met een migratieachtergrond te behandelen, de ongerichte behandelingen, de ontevredenheid van de cliŽnten, de arrogantie van de hulpverleners, de verregaande bureaucratie en het wegwuiven van kritiek. 

Kritische onderzoeksrapporten van het Trimbos-instituut (1992-1995)

Sande, R. van der, F. Hoof en G. Hutschemaekers (1992). Vraag en aanbod in de Riagg. Een praktijkstudie van de Riagg-zorg voor volwassenen. Utrecht: Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (thans Trimbos-instituut).
- De afstemming van het hulpaanbod door de Riaggís op de hulpvraag van de cliŽnt is te gering. Niet de hulpvraag van de cliŽnt staat centraal, maar de voorkeur van de hulpverlener voor 1) een bepaald type cliŽnt (jong, goed opgeleid, van Nederlandse afkomst), 2) een bepaald type probleem (vaag; liever geen concrete, alledaagse levensproblemen) en 3) een bepaald type behandeling (intensieve, op groei en inzicht gerichte psychotherapie; liever geen steunende, praktijkgerichte gesprekken en/of oefeningen).

G. Hutschemaekers, W. Brunenberg en H. Spek (1993). Beroep psychotherapeut. Een verkennend onderzoek naar persoon, werk en werkplek van de psychotherapeut in Nederland. Utrecht: Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (thans: Trimbos-instituut).
-
Zogenaamd Ďleukeí cliŽnten, dat zijn goed opgeleide cliŽnten met vage problemen, komen eerder in aanmerking voor psychotherapie dan minder goed opgeleide cliŽnten met concrete, actuele problemen. De psychotherapie moet beter worden afgestemd op de hulpvraag van bredere groepen cliŽnten.

Bijl, R. en F. Lemmens (1993). Aan het werk. Een verkennend onderzoek naar gezondheidsrisicoís, arbeidsongeschiktheid en reÔntegratie van werknemers in de geestelijke gezondheidszorg. Utrecht: Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (thans: Trimbos-instituut).
-
Juist in de geestelijke gezondheidszorg zijn veel werknemers wegens psychische problemen langdurig ziek of afgekeurd. Belangrijkste reden: slechte arbeidsverhoudingen. Zieke werknemers hebben vaak kritiek op de behandelvisie. Zij fungeren als zondebok voor de slechte werksfeer.

Bijl, R.V., C.G.L. van Deursen, A. van Gageldonk en R.W.M. GrŁndemann (1994). Riagg en werk. Omvang, aard en behandeling van arbeidsgebonden problemen bij Riagg-cliŽnten. Utrecht: Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (thans Trimbos-instituut).  
- Bij 81% van de werkende cliŽnten is sprake van arbeidsgebonden problematiek. Die komen in de hulpverlening niet of onvoldoende aan de orde terwijl hieraan van de kant van de cliŽnten wel behoefte is. Riagg-hulpverleners hebben weinig belangstelling voor de arbeidsproblemen van hun cliŽnten. Zij hebben te eenzijdig aandacht voor puur intrapsychische processen en zijn niet in staat bij arbeidsgebonden problemen praktijkgerichte hulpverleningstechnieken toe te passen.

Wolf, J. (1995). Zorgvernieuwing in de GGZ. Evaluatie van achttien zorgvernieuwingsprojecten. Utrecht: Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (thans: Trimbos-instituut), 1995
- De zogeheten zorgvernieuwingsprojecten, dat zijn de pogingen tot samenwerking en fusie van de verschillende instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, creŽren veel spanning en onrust, maar geen vernieuwing van de zorg.

Kritische publicaties over de GGZ-hulp na de Bijlmerramp

J.J. Van Uchelen en B.P.R. Gersons (1995b). De Bijlmermeer-vliegramp; een vervolgonderzoek naar de lange termijn psychische gevolgen en de nazorg bij getroffenen. AMC, Vakgroep Psychiatrie.
-
Anderhalf jaar na de Bijlmerramp kampt nog 34% van de slachtoffers met een verwerkingsstoornis terwijl het merendeel van de betrokkenen behandeld is. De onderzoekers signaleerden dat de behandelexpertise met betrekking tot de Post Traumatische Stress-stoornis in de Riagg Zuidoost ontoereikend was. 

Een beladen vlucht. Eindrapport Bijlmer EnquÍte. Sdu Uitgevers, Ďs-Gravenhage, 1999.
-
In 1998 kampen nog zeker 100 mensen  met een Posttraumatisch Stress-stoornis ten gevolg van de Bijlmerramp, ondanks het feit dat ze in 1992 en 1993 zijn behandeld.  De psychische nazorg is op een aantal punten tekort geschoten.

Selectie kritische publicaties in het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (1987-1995)

Verhaaren, Frans. Riagg's onder druk: naar een nieuw kwaliteitsbesef?  Maandblad Geestelijk volksgezondheid 4, 1987 (19-34).
- De RIAGGS zijn bureaucratische bolwerken waarin te weinig vanuit de cliŽnt wordt gedacht. In de bejegening van de cliŽnt spelen de belangen van de hulpverlener een een doorslaggevende rol. De Riagg-directie heeft slechts een voorwaardenscheppende taak waardoor de inhoud van het werk weinig of niet aan de orde komt.

Beenackers, A.A.J.M. (1995). Riagg-dossiers nader bekeken. Maandblad Geestelijke volksgezondheid 50, 609-619.
- Onderzoek naar de dossiervoering in de Riaggís. De dossiervoering is bijzonder gebrekkig: de dossiers zijn onvindbaar, onleesbaar en onbegrijpelijk. Er wordt geen behandelplan op schrift gesteld en er worden geen aantekeningen over het verloop van de behandelingen gemaakt. De behandeling wordt noch tussentijds noch na afloop geŽvalueerd.

Osselaer Schouterden, H.C.D.E. van (1995). Afhaken als oplossing. Drop-out bij Riagg's onderzocht. Maandblad Geestelijke volksgezondheid 50, 3-14
- De helft van de Riagg-cliŽnten haakt al na een paar contacten af. De belangrijkste redenen zijn: gebrek aan vertrouwen in de hulpverlener en het gemis aan een steunende, menselijke relatie. Riagg-hulpverleners zijn geneigd ďlastigeĒ cliŽnten zodanig te behandelen dat deze in een vroeg stadium afhaken.

J. de Kroes. Opgenomen bij Korrelatie. Een overzicht van de vragen en klachten naar aanleiding van de Vara-serie. Maandblad Geestelijke volksgezondheid 10, 1995, pag. 1087-1094.

Selectie kritische publicaties van cliŽntenorganisaties

Maatwerk? Knelpunten in de geestelijke gezondheidszorg (1995). Amsterdam: Stichting Pandora
- Hulpverleners geven cliŽnten onvoldoende of geen informatie over hun rechten en over de aard, de duur en het doel van de behandeling, hebben weinig aandacht voor concrete, actuele levensproblemen, zijn slordig met de dossiers, weigeren cliŽnten vaak inzage in hun dossier en nemen klachten van cliŽnten over de behandeling niet serieus.

5R. Kragten. Bejegening in de GGZ. CliŽnten in de geestelijke gezondheidszorg aan het woord over bejegening. Utrecht: CliŽntenraad Willem Arntsz Huis, 1997.

M. de Jong. Ď60 ways to drop your clientí. Het anti-participatieboekje. Groningen: Netwerk CliŽntendeskundigen / Utrecht: Nederlandse PatiŽnten/Consumenten Federatie, 1997

R. Eelman. Psychotherapie, om dol van te worden? Een zoektocht naar argumenten en beleid. Amsterdam: Amsterdams PatiŽnten/Consumenten Platform, 1996.


Overig

Sterman, D. (1996). Een olijfboom op de ijsberg. Een transcultureel- psychiatrische visie op en behandeling van de problemen van jonge Noord-Afrikanen en hun families. Utrecht: Nederlands Centrum Buitenlanders.
-
Hierin kritiseert de auteur onder meer het feit dat aparte secties in de Riagg die veelal worden bezet door hulpverleners met een migratieachtergrond zich met de hulpverlening aan migranten bezighouden. Hij noemt deze secties Ďetno-lokettení en waarschuwt voor een nieuwe vorm van Ďapartheidí.

Manifest GGZ. Verontrustende Ontwikkelingen. Utrecht: Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid, 1998.

Dr  E. Dekker. Het beleid beleefd. Vraaggerichtheid van de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg. Trimboslezing 1998.

Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), E. Borst-Eilers, aan de Tweede Kamer der Saten-Generaal: Geestelijke Gezondheidszorg  (25 424 nr. 1 & 2 ) dd 24 juni 1997.

AO Adviseurs voor organisatiewerk Driebergen. De toekomst kijkt achterom (1991). Organisatieadviesrapport over de Riagg Zuidoost.

 

DE PERS: COMMON KNOWLEDGE

In de jaren 1992 t/m 1996 besteden de landelijke dagbladen regelmatig aandacht aan de  Riagg's. Ze doen onder meer verslag van het wetenschappelijk onderzoek door het Trimbos-instituut (zie linker kolom). Het ondermaatse functioneren van de Riagg's is dan ook common knowlegde. De onderstaande bloemlezing is als inleiding opgenomen in Niet storen (pag. 11-14).

de Volkskrant, 16 december 1992
Behandelduur valt veelal korter uit
Hulpaanbod Riagg's gaat vraag cliŽnten te boven. 
Door J
et Bruinsma  
UTRECHT - Riagg-hulpverleners streven bij de behandeling veel ambitieuzer doelen na dan hun cliŽnten. Zij mikken vaak op een intensieve, op inzicht en persoonlijke groei gerichte behandeling, terwijl de cliŽnten vooral behoefte hebben aan steun bij het verwerken van hun problemen. (...)    
Dit is een van de opvallendste bevindingen uit het gisteren verschenen onderzoek Vraag en aanbod in de Riagg. Het Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (NcGv) ondervroeg in opdracht van vijf
Riaggís (drie in Utrecht, een in Rotterdam, een in Hilversum) drieduizend volwassen cliŽnten. (...)  
De hulpverleners vinden, blijkt uit het rapport, dat een behandeling de cliŽnt inzicht moet geven in zijn problemen en hem in staat moet stellen tot persoonlijke groei. CliŽnten die daartoe niet in staat zijn of behoefte hebben aan het oplossen van praktische problemen (...) voldoen niet aan dat ideaal en krijgen het vaakst een weinig intensieve behandeling. (...) De onderzoekers adviseren de Riaggís om hun beleid beter aan te passen aan de wensen van de cliŽnt. Niet het ideaal van de hulpverleners moet centraal staan, maar de wens van de cliŽnt.  

de Volkskrant, 8 juli 1994  
Problemen op het werk miskend door Riagg  
DEN HAAG - De Riaggís hebben weinig oog voor de problemen die cliŽnten op hun werk hebben. Ze weten ook niet goed hoe ze hulp kunnen bieden bij deze problemen. Ruim de helft van de werkende Riagg-cliŽnten loopt in de Ziektewet. Bijna een kwart van de cliŽnten met een baan zegt dat zij op het werk slechter functioneren. Toch registreert driekwart van de Riaggs geen gegevens over de arbeidsproblemen van de hulpvragers, hoewel die wel mede de oorzaak zijn van het verzoek om hulp bij de Riagg. Dit blijkt uit een gisteren gepubliceerd onderzoek door het Nederlands centrum Geestelijke volks≠gezondheid (NcGv) en TNO Preventie en Gezondheid. (...). Er werden vijfhonderd cliŽnten van tien Riaggís ondervraagd, en behandelaars van tien andere Riaggís. De 59 Riagg-directeuren kregen allemaal een vragenformulier toegestuurd. Het is geen uitzondering dat een zieke Riagg-cliŽnt drie maanden moet wachten voor hij wordt geholpen. De onderzoekers vinden dan ook dat de Riaggís kortlopende therapieŽn moeten ontwikkelen, om te voorkomen dat de hulpvragers nog voor een langdurige therapie is voltooid, in de WAO belanden. De Riaggís zijn volgens de onderzoekers vanuit hun traditie meer gericht op problemen die in de persoonlijke levenssfeer of in het gezin van de hulpvrager liggen. Dat de problemen van hun cliŽnten vaak mede veroorzaakt worden door het werk, wordt miskend. De hulpverleners vragen niet systematisch naar problemen op het werk. Zij registreren ze ook meestal niet. De meest ge noem de arbeidsgebonden problemen zijn: te hoge werk druk, geestelijk te inspannend werk, conflicten met de leiding, slechte werksfeer, onzekerheid over het behoud van de functie.   

de Volkskrant, 25 mei 1996
Psychiater pleit tegen gemakzucht van behandelaars en voor improvisatievermogen. "Veel therapeuten ontlopen allochtone cliŽnten."
Door Bas Mesters
AMSTERDAM - Desinteresse ten opzichte van psychische problemen van migranten is bij therapeuten nog niet uitgeroeid. Allochtonen worden vaker geweigerd voor psychotherapie dan autochtonen. (...) Psychiater D. Sterman kan het niet laten om in zijn onlangs verschenen boek Een olijfboom op de ijsberg in deze zin af en toe een flinke tik uit te delen. Hij houdt een pleidooi tegen gemakzucht van veel therapeuten en voor improvisatievermogen. (...) Het is volgens Sterman de taak van de Inspectie voor de Volksgezondheid om erop te letten dat therapeuten niet met de hapklare brokken aan de haal gaan en moeilijke problemen vermijden die juist vaak bij migranten spelen. ĎHoewel de koudwatervrees wat afneemt, zie ik om me heen nog veel weerstand om cliŽnten van buitenlandse afkomst te behandelen. Veel therapeuten gebruiken allerlei smoesjes om ze te ontlopen.í (...) ĎAls hulpverlener kun je de plank behoorlijk misslaan als je de culturele codes niet kent.í (...) Daarom is een open geesteshouding van de therapeut onontbeerlijk voor een goede behandeling van een migrant. Behandelaars moeten niet blijven vastzitten in hun eigen ideologische scholen. ĎTherapeuten willen in methoden en dogmaís geloven. (...) We dienen in te zien dat sommige methodieken niet op iedereen van toepassing zijn, en behoren oog te hebben voor de persoonlijke levensgeschiedenis en de culturele codes waaraan de cliŽnt zich confor≠meert.í (...) Sterman voelt niets voor wat hij etno-loketten noemt: secties binnen de Riaggs, die zich specialiseren in cliŽnten van buitenlandse afkomst. ĎDat is moreel verwerpelijk. Het leidt tot discriminatie en is ook praktisch onhaalbaar. (...) En bovendien: wanneer is iemand nog een migrant? Ook als zijn oma van buitenlandse komaf was?í (...)  

de Volkskrant, 21 september 1994  
Slachtoffers incest oordelen negatief over hulpverlening
LEIDERDORP - Slachtoffers van incest hebben weinig waardering voor de hulpverlening na hun aangifte bij de politie. (...) De doorverwijzing van de politie naar een hulp verlenende instantie schiet (...) vaak tekort. Deels door een slechte onderlinge samenwerking, deels doordat de politie vaak aanloopt tegen onbereikbaarheid van instanties `s avonds, `s nachts en in het weekeinde. Soms gaan er weken voorbij voordat een slacht≠offer bij de aangewezen instantie terecht kan. Ook blijkt die instantie soms niet geschikt voor de behandeling van incestproblematiek. Twee instanties springen er in negatieve zin uit: het Bureau Slachtofferhulp en de Riagg.

Het Parool, 8 juni 1995
Riaggís: blanco dossier, eindeloze behandeling
AMSTERDAM - Bij de Riaggís in de Gooi- en Vecht streek en in Flevoland worden dossiers niet bijgehouden en ontbreken behandelplannen. Het is niet duidelijk of behandelingen enig resultaat hebben. Dit blijkt uit een onderzoek van de psycholoog dr. A. Beenackers in opdracht van de twee Riaggís dat is gepubliceerd in het Maandblad Geestelijke volksgezondheid. De algemene indruk van Beenackers is dat de Riaggís vrijwel niets doen, en dat wat ze wel doen tot niets leidt. In de meeste dossiers ontbraken aantekeningen over de behandeling. Vaak was niet duidelijk Úf er wel werd behandeld, omdat de dossiers, afgezien van een verslag van het intakegesprek, blanco waren. De hulpverleners gaven bijna nooit aan wat zij dachten te bereiken en op welke termijn. Behandelingen werden niet afgesloten omdat de klacht was verholpen, maar omdat de cliŽnt er genoeg van had.

de Volkskrant, 21 oktober 1996
Ontevreden cliŽnten zadelen Riagg's op met slecht imago  

AMSTERDAM. Riaggís hebben een slecht imago. Mensen met psychische problemen vragen steeds vaker hulp buiten de Riagg om. Dat zegt P. Anzion van Stichting Pandora, die de belangen van psychiatrische (ex-)patiŽnten behartigt, tijdens de presentatie van het jaarverslag van de Riagg. ĎWij krijgen vaak te horen dat buren, familie, kennissen of vrienden hebben gezegd dat je vooral nŪet naar de Riagg moet gaan. Dat is gebaseerd op een vooroordeel, maar wij signaleren wel dat de Riagg fouten maaktí, stelt Anzion.Telefonische klachten over Riagg- hulpverleners en hun behandelmethoden zijn bij de stichting toegenomen ten opzichte van vorig jaar. CliŽnten klagen voornamelijk over de gebrekkige informatievoorziening. Zij worden slecht op de hoogte gesteld van het behandelplan, de voortgang en het zicht op een afronding. Bovendien worden zij vaak niet geÔnformeerd over mogelijkheden voor vervolgbehandelingen of alternatieven.
Riagg-cliŽnten die ontevreden zijn over hun hulpverlener willen vaak de sporen van de 
behandeling uitwissen. Maar als zij inzage vragen in hun dossier, of hun medische gegevens willen kopiŽren of vernietigen, worden zij volgens Anzion Ďmeestal met smoesjes afgescheeptí. Daarmee komen hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg de informatieplicht in de Wet op de Geneeskundig Behandelingsovereenkomst (WGBO) slechts mondjesmaat na, is de conclusie van Stichting Pandora in het zojuist verschenen jaarverslag.
Wanneer het niet klikt met de hulpverlener, is het niet gemakkelijk om een andere toegewezen te krijgen. Daar komt nog bij dat Riaggís vaak een lange wachtlijst hebben, zowel voor een intake-gesprek, als tussen dit gesprek en de behandeling. Ook vinden patiŽnten het vervelend dat zij verplicht naar de Riagg in hun regio moeten. ĎZij kunnen nergens anders heení, zegt Anzion. ĎAls je niet gelukkig bent met de Riagg bij jou in de buurt, houdt het op. Tenzij je heel veel geld hebt, dan ga je naar een particuliere psycholoog. Maar dan ben je al gauw honderdtwintig tot honderdvijftig gulden per gesprek kwijt.í(...)

de Volkskrant, 26 oktober 1996
CliŽnten zijn ontevreden over behandeling en gebrekkige informatie
AMSTERDAM - ĎIk voel me net een nummerí, zegt Mark. íDe behandeling is heel onpersoonlijk. Echt lopendebandwerk. Volgens mij komen alle randgroeppsychiaters die geen werk kunnen vinden, bij de Riagg terecht.í Mark is in therapie in de Riagg in Groningen. Hij is niet tevreden over de instelling die hem over zijn depressiviteit heen moet helpen. Ook Annet die bij de Riagg in Utrecht wordt behandeld, heeft klachten. ĎHet nut van de behandelmethode is me nog steeds niet duidelijk. Alles wordt in een team buiten mij om besproken. Ondanks beloftes krijg ik daar dan niks van te horen.í Uit het jaarverslag van Stichting Pandora, die de belangen van (ex-)psychiatrische patiŽnten behartigt, blijkt dat een toenemend aantal cliŽnten klaagt over de gebrekkige informatievoorziening bij de Riagg. Zij zijn vaak slecht op de hoogte van het behandelplan, de voortgang die is geboekt, het zicht op een eindresultaat en mogelijkheden voor een vervolgbehandeling of alternatieven. Daar naast komen veel klachten binnen over de lange wachttijden en het ontbreken van een afsluitend gesprek of nazorg. Niet alleen bij Pandora wordt hierover geklaagd, maar ook bij de CliŽntenbond, de Stichting Korrelatie en bij de Informatie- en Klachtenbureaus voor de Gezondheidszorg.
ĎUit een onderzoek van het Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (NcGv) naar de tevredenheid van Riagg-patiŽnten blijkt dat eenderde van alle cliŽnten Ďtenminste kanttekeningen bij de hulpverlening plaatstí of Ďnegatief tot zeer negatiefí over de instelling is. Ruim een kwart vindt dat de behandeling niet of nauwelijks heeft geholpen, en een op de vijf cliŽnten beŽindigt uit onvrede voortijdig het contact met de Riagg. Ď
Een van die mensen is Marian. Zij zegt dat zij geen ruimte kreeg om kritiek te leveren op haar behandeling, nadat zij zich al maanden had afgevraagd of die wel nut had. 'Ik durfde er bijna niet over te beginnen, maar ik heb toch gevraagd waarom mijn therapeut op die manier te werk ging. Hij werd kwaad en zei geÔrriteerd: ďIk ben hier degene die weet wat het beste voor jou isĒ, en verder niks.í (...)

     

naar boven

 

 


Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Keerpunt  -  Over persoonlijke crises en kansen
Wie is er nu gek?  -  Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd  -  Levensverhaal van een Auschwitz-overlevende
Tien componistenportretten in woord en beeld
Niet storen  -  Kritische beschouwing over de Riagg in woord en beeld

 CV 
Saar Roelofs


saar.roelofs@xs4all.nl 

Enter EN
English

© 
Partner
Productions