Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Niet storen. Een kritische beschouwing over de Riagg 
Wie is er nu gek? Over kronkels in de therapeutische relatie

Nog altijd & Cement. Levensverhalen van Auschwitz-overlevenden
Tien componistenportretten in woord en beeld
Keerpunt. Over persoonlijke crises en kansen

Praktische 
info  over 
de ggz hulp

 CV  Saar Roelofs

 Geen talent voor volgzaamheid: 
ervaring als psycholoog in de ggz


saar.roelofs@xs4all.nl 

© Partner Productions

 



Dr. Saar Roelofs

 

Over overdracht en tegenoverdracht

GeÔllustreerd met 5 cartoons (©)

 


 

Enkele ingekorte passages uit deel 2 van  

Wie is er nu gek?
Over kronkels in de therapeutische relatie

 

Scriptum Psychologie (2008)

 

In Deel 2 van Wie is er nu gek? laat Saar Roelofs aan de hand van uiteenlopende praktijkvoorbeelden zien hoe de  behandeling van psychische problemen kan ontsporen door onopgeloste emotionele problemen van de hulpverlener.

Volgens de auteur is kunst een bron van inspiratie die
aan inzicht en geestelijke groei kan bijdragen. In het boek vindt de lezer dan ook vele verwijzingen naar beeldende kunst, literatuur en muziek. 

 


 

Motto van Wie is er nu gek?

"Maar er is een verstandelijk weten en een gevoelsweten.
En dit gevoelsweten, deze levende wijsheid alleen, is het die bevredigt en sterkt. En haar winnen we alleen door ervaring."
 

 

Frederik van Eeden

 


 

Ontvangst

In zijn recensie schrijft prof. dr. Patrick Luyyten dat er in de opleiding tot hulpverlener te weinig aandacht is en blijft voor tegenoverdracht. Tijdschrift voor Psychiatrie 5, 2009, P. Luyten

"Dit boek is een stevige doordenking van wat er allemaal achter de deur van de spreekkamer gebeurt." Zinweb, 6 juli 2008, Marga Haas

"Saar Roelofs deelt met de bekende psychiater Irvin D. Yalom  oprechtheid, betrokkenheid en respect voor de belevingswereld van de patiŽnt." "Met treffende cartoons van eigen hand." IdR. Nieuwsbrief Stichting PatiŽnten Vertrouwenspersoon, 2008.   

 

Meer...

 


Zie ook Deel 3: De veerkracht van de hulpvrager

 

 
 

INHOUD

Ingekorte passages uit Wie is er nu gek?

Overdracht en tegenoverdracht

Voorbeelden

Nabijheid: Een verbond van onderlinge bevestiging

Nabijheid: Verlossing

Gevaarlijk medelijden (boek van Stefan Zweig)

Afstand: Een koude muur

Hoogmoed: Onmisbaar

Onmacht: Een boze hulpverlener

Minderwaardigheid: Een jaloerse hulpverlener

 


 

Na de passages uit Wie is er nu gek?

Een tuchtzaak over tegenoverdracht:
theoretische kennis is niet voldoende voor een goede hulp

De cliŽnt: "In de war"

Grillig

 


 

Hoe loyaal de cliŽnt ook is en hoezeer hij of zij ook vertrouwt op de kundigheid van zijn/haar hulpverlener, een hulpverlener is ook maar een mens: de hulpverlener heeft niet altijd de wijsheid in pacht en niets menselijks is hem/haar vreemd. De verantwoordelijkheid voor een niet vlottende of falende hulpverlening kan dan ook bij de hulpverlener liggen.  

In hoofdstuk 2 van Wie is er nu gek?, getiteld De therapeut op de divan, laat Saar Roelofs zien dat de gangbare scheidslijn tussen de 'gezonde' hulpverlener en de 'zieke' cliŽnt soms heel dun is. Aan de hand van de begrippen overdracht en tegenoverdracht legt ze uit hoe een behandeling de mist in kan gaan. Wanneer die mist niet oplost, bestaat de kans dat de psychische problemen van de cliŽnt niet af- maar toenemen. Dan is de cliŽnt verstrikt geraakt in de hulpverlening. Maar zelfs als hulpverlener en cliŽnt beiden tevreden over de therapeutische relatie zijn, hoeft dit niet per definitie te betekenen dat er sprake is van een goede hulpverlening.

Neutrale empathie. Voor een goede therapeutische relatie dient een hulpverlener in staat te zijn tot empathie. Dat wil zeggen: de hulpverlener dient zich met distantie en behoud van zijn/haar observatievermogen tijdelijk te kunnen inleven in de belevingswereld van de cliŽnt. De hulpverlener voorkůmt dat hij/zij te betrokken is, of juist te afstandelijk, en zorgt ervoor dat zijn of haar persoonlijk leven het therapeutische proces niet doorkruist. Binnen deze zogenaamde neutrale empathie wordt de therapeutische relatie zorgvuldig gedefinieerd. De duur, frequentie en plaats van behandeling staan vast. De rolverdeling is omschreven: de cliŽnt vraagt hulp, de hulpverlener geeft hulp en bewaart het overzicht. Kortom: de grenzen waarbinnen de therapie zich afspeelt, zijn af gebakend. Dit is echter vaak niet het geval wegens het verschijnsel tegenoverdracht.

Overdracht. Eerst iets over het fenomeen overdracht. Er is sprake van overdracht wanneer een cliŽnt ten opzichte van de hulpverlener gevoelens koestert zonder dat de hulpverlener daartoe aanleiding geeft. Dit kunnen onverdiende positieve gevoelens zijn zoals idealisering en verliefdheid of ongegronde negatieve gevoelens zoals angst en woede. Deze gevoelens zijn in de regel terug te voeren op ervaringen uit de kindertijd -  alsof de cliŽnt de gevoelens die hij als kind tegenover zijn ouders of andere sleutelfiguren (zoals grootouders, onderwijzers of broers en zussen) had, overdraagt op hulpverlener.

Tegenoverdracht. Wanneer de hulpverlener zijn of haar neutrale empathische positie verliest, gaat tegenoverdracht een rol in de behandeling spelen. Er bestaan uiteenlopende definities van tegenoverdracht. De meest behoudende definitie is: iedere reactie van de hulpverlener die aansluit op de overdracht van de cliŽnt en die het therapeutische proces nadelig beÔnvloedt. Enkele voorbeelden:

De cliŽnt ziet zijn hulpverlener als liefhebbende moeder. 
De hulpverlener reageert hierop met affectie en zorgzaamheid.

De cliŽnt projecteert zijn autoritaire vader op zijn hulpverlener. 
De hulpverlener reageert hierop met frustratie.

De cliŽnt gedraagt zich alsof de hulpverlener zijn jongere broer is en kleineert hem. De hulpverlener reageert hierop met onzekerheid.

 

 

In plaats van zich neutraal op te stellen, laat de hulpverlener zich Ė vanuit een gevoel van bezorgdheid, wrevel of onzekerheid Ė mee zuigen in de reacties van zijn cliŽnt en versterkt ze daarmee. Zijn of haar reacties hebben dan ook een nadelige invloed op het therapeutische proces .

In een ruimere definitie heeft tegenoverdracht betrekking op alle reacties van de hulpverlener die een neutrale empathie in de weg staan. Want wat voor de cliŽnt geldt, gaat ook op voor de hulpverlener: ook de hulpverlener is kind geweest en kan Ė evenals zijn cliŽnt Ė hebben geleden onder liefdeloze ouders, en verlangen naar iemand die hem ziet, begrijpt en respecteert. Ook hij/zij kan worstelen met onverwerkte angst, verdriet en boosheid. Wanneer de hulpverlener deze gevoelens niet onderkent, kan hij/zij deze zonder het te beseffen op zijn cliŽnt projecteren. 
De neutrale empathie kan tevens worden verstoord door positieve of negatieve gevoelens die hun oorsprong vinden in het dagelijks leven van de hulpverlener. Wanneer hij/zij bijvoorbeeld liefde tekort komt, na een echtscheiding of als de affectie van de uit huis gaande kinderen afneemt, kan hij/zij meer behoefte aan waardering hebben dan gewoonlijk. Of wanneer hij of zij overbelast of oververmoeid is, kan de hulpverlener afstandelijk op de cliŽnt reageren

 


Voorbeelden

In Wie is er nu gek?  legt Saar Roelofs aan de hand van vele voorbeelden gedetailleerd uit hoe onopgeloste emotionele problemen van de hulpverlener zelf het hulpverleningsproces kunnen verstoren of blokkeren. Daarbij maakt ze een indeling in drie globale, willekeurige categorieŽn van tegenoverdracht; categorieŽn die elkaar wederzijds niet uitsluiten:

Nabijheid en afstand
Voorbeeld van nabijheid: overschrijding van de grenzen
van de cliŽnt.
Voorbeeld van afstand: angst voor de problemen
van de cliŽnt.
Hoogmoed en minderwaardigheid
Voorbeeld van hoogmoed: een gevoel van onfeilbaarheid
van de hulpverlener.
Voorbeeld
van minderwaardigheid: jaloezie op de cliŽnt. 
Macht en onmacht

Voorbeeld van macht: verbaal overwicht over de cliŽnt. 
Voorbeeld van onmacht: discussies met de cliŽnt.

 

Nabijheid: Een verbond van onderlinge bevestiging

Als het goed is, krijgt de cliŽnt van de hulpverlener aandacht en respect. Daarvoor is de cliŽnt meestal dankbaar. De kans bestaat dat hij of zij de hulpverlener gaat idealiseren. Een vakbekwame hulpverlener kent en onderkent dit verschijnsel. Hij/zij laat zich de idealisering van zijn cliŽnt niet aanleunen, hoe prettig dat ook kan zijn. De hulpverlener behoudt zijn of haar neutrale positie door de positieve overdracht van de cliŽnt voorzichtig af te remmen. Maar wanneer hij/zij zijn of haar eigen tekort aan ouderliefde onvoldoende heeft verwerkt of in het dagelijks leven te weinig liefde ervaart, bestaat de kans dat de hulpverlener blind is voor de overdracht van de cliŽnt. Dan voelt hij/zij zich door diens affectie gevleid en voedt zich met de positieve overdracht: eindelijk eens iemand die hem/haar waardeert en zijn of haar werk op waarde schat. Aldus kan de hulpverlener van zijn of haar cliŽnt afhankelijk worden en diens overdrachtsgevoelens zelfs op subtiele wijze stimuleren.

In het onderstaande voorbeeld sluit de overdracht van de cliŽnt naadloos aan op de tegenoverdracht van de hulpverlener. Alles lijkt koek en ei, terwijl er in feite sprake is van een wederzijdse afhankelijkheid die het therapeutische proces schaadt.

Wanneer Karien vier jaar is, krijgt zij een broertje. Het kind is ziekelijk. Kariens moeder geeft hem alle aandacht. Als het na een jaar sterft, is de moeder ontroostbaar en trekt zich emotioneel terug. Door ziekte en dood van haar broertje krijgt Karien onvoldoende aandacht en bevestiging. Karien voelt de nood van haar moeder en probeert haar zo min mogelijk tot last te zijn. Zij ontwikkelt zich tot een aangepast en onzeker meisje.
Bij haar hulpverlener krijgt Karien de aandacht waarnaar zij hunkert. Hierdoor is zij in staat gevoelens te uiten waarvoor zij buiten de therapiekamer terugschrikt. Zij is goed in staat verdriet en angst toe te laten, maar heeft moeite met het uiten van haar gevoelens van onmacht en woede. Karien steekt haar dankbaarheid jegens de hulpverlener niet onder stoelen of banken. De hulpverlener is gecharmeerd van Kariens waardering en zonder het te beseffen wakkert zij die aan. Zo laat zij regelmatig doorschemeren dat Karien haar favoriete cliŽnt is. Dat andere cliŽnten in therapie niet zoín vooruitgang boeken. Ook laat zij zich zo nu en dan ontvallen hoe trots zij is op haar zelfverzekerde jongvolwassen dochters waarmee zij de suggestie wekt een goede moeder te zijn. Deze subtiele signalen versterken Kariens idealisering.
Van haar manipulaties is de hulpverlener zich echter niet bewust. Haar eigen onzekerheid en behoefte aan waardering maken haar blind. Karien voelt de behoeftes van haar hulpverlener intuÔtief aan. Zij doet wat van haar wordt verwacht, zoals zij als kind aan de wensen van haar moeder tegemoetkwam.


Met een behoeftige hulpverlener en een idealiserende cliŽnt verwordt de therapie tot een verbond van onderlinge bevestiging, van een ideale moeder en een voorbeeldig kind. In dit weldadige bad van wederzijdse affectie komt Karien niet toe aan de verwerking van de verdrongen woede en onmacht over het chronisch tekort aan aandacht in haar jeugd. Integendeel. Zij voert het aangepaste kind uit haar jeugd weer ten tonele. Aldus is de hulpverlener medeverantwoordelijk voor de instandhouding van Kariens psychische problematiek.

 

Nabijheid: Verlossing

Er zijn hulpverleners die dermate met hun cliŽnt zijn begaan dat zij hem of haar van alle pijn en verdriet willen verlossen. Vooral als die cliŽnt in de ogen van de hulpverlener een groot leed draagt. Ter compensatie voor de in het verleden geleden pijn wil hij hem geven wat hij hem nooit en te nimmer kan geven: een heden waarin alle leed is geleden en geen pijn meer bestaat. Het onderstaande voorbeeld laat zien hoe de hulpverlener de regie van het leven van haar cliŽnt overneemt en hoe professionele grenzen daarmee vervagen.

Ronnie voelde zich als kind eenzaam en ongelukkig. Als jonge vrouw is zij gedeporteerd naar het naziconcentratiekamp Auschwitz en ze heeft dat ternauwernood overleefd. Teruggekeerd, belandt zij in een kil huwelijk. Na een echtscheiding besluit zij zich voor haar jeugd- en oorlogstraumaís te laten behandelen. Ronnie spreekt met waardering over haar hulpverlener:

ĎZij had veel Auschwitz-overlevenden in therapie en kende het kamp tot in de finesses. Als ik bijvoorbeeld zei: de Lagerstrasse of Block 29 dan wist ze precies waarover ik het had. Ik heb bij haar veel over mijn angsten in het kamp kunnen praten. Ik heb ook heel wat tranen gelaten over mijn vreselijke jeugd en het koude gedrag van mijn moeder bij mijn terugkeer uit het kamp. Bij mijn therapeute vond ik de warmte, het begrip en het vertrouwen die ik altijd zo had gemist. Bij haar kon ik uithuilen. Ik mocht haar altijd bellen, wanneer en waar dan ook. Ook ís nachts. Daar maakte ik graag gebruik van. Toen ik bijvoorbeeld eens erg overstuur was, belde ik haar om twee uur in de nacht op. Ze zei: ďWeet je wat? Trek iets aan over je pyjama, ik stuur een taxi en kom dan maar hier.Ē Ik heb toen de hele nacht bij haar zitten praten en huilen.í

Zoals meer hulpverleners die met ernstig getraumatiseerde cliŽnten werken, kan Ronnieís hulpverlener de pijn van haar cliŽnt niet aanzien. Zij is constant beschikbaar zoals een moeder voor haar kind. Zij wil haar cliŽnt ieder ogenblik kunnen verlossen van haar momentane pijn. De gevolgen van haar traumaís ongedaan maken. Zij meent hulp te bieden. Onbaatzuchtig of edelmoedig te zijn. Maar, hoe goed ook bedoeld, de cliŽnt is er niet mee gebaat. Een vakbekwame hulpverlener weet dat een cliŽnt verantwoordelijk voor zijn of haar eigen leven is en zijn/haar eigen keuzes maakt. Dat de niet-aflatende zorg verslavend is en zijn cliŽnt meer slecht dan goed doet. Hij of zij geeft zijn cliŽnt Ė binnen de therapeutische context Ė slechts middelen in handen om zelf zijn leven te veranderen. Een hulpverlener die dag en nacht klaarstaat, zal zich Ė om welke reden dan ook Ė vroeg of laat genoodzaakt zien de hulp te staken. En wanneer dat moment is aangebroken, loopt hij de kans in de ogen van de cliŽnt van helper in Ďdaderí te veranderen.

 

Gevaarlijk medelijden

In zijn roman Ungeduld des Herzens uit 1939 heeft Stefan Zweig (1881Ė
1942) op prachtige en indringende wijze beschreven hoe gevaarlijk de
niet-aflatende zorg voor een ander kan zijn. Zweig, die lange tijd in 
Wenen woonde, was onder de indruk van het werk van zijn stadgenoot
Sigmund Freud en schreef meerdere psychologische romans.
Ungeduld
des Herzens
is een van zijn beste. In Nederland verscheen de roman
onder de titel
Edith. In Frankrijk kwam het boek uit als La pitiť dangereuse
(Het gevaarlijke medelijden), een titel die de lading goed dekt.

Hoofdpersoon in de roman is Anton Hofmiller, een vriendelijke en
gevoelige vijfentwintigjarige luitenant die gelegerd is in een Hongaars
garnizoenstadje kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
Hofmiller ontvangt een uitnodiging voor een diner in een naburig slot,
waar hij Edith, de zeventienjarige dochter des huizes, ten dans vraagt.
Hij ziet echter niet dat haar benen verlamd zijn. Hofmiller voelt medelijden
met het meisje en om zijn blunder goed te maken, bezoekt hij
haar een paar maal. Edith fleurt hier zozeer van op, dat Hoffmiller zich
verbaast. Hij beseft dat zijn troost hem macht geeft. Vanaf dat moment
neemt zijn leven een wending. Hij ervaart het als een verheven doel 
anderen van dienst te zijn. Die ervaring wordt allengs sterker en al gauw
ontleent hij er de zin van zijn bestaan aan.

Wat? Ook ik, middelmatige jongeman, had macht over andere
mensen? (Ö) Ik, luitenant Hofmiller, kon iemand helpen, ik kon
iemand troosten? (Ö) Wat had ik eigenlijk gedaan? Ik had een beetje
medelijden getoond (Ö) en dat was al genoeg geweest. (Ö)
Alleen al dit voornemen, te helpen en van nu af anderen nuttig te
zijn, wekt in mij een soort geestdrift op. (Ö) Eerst, zodra men weet
dat men ook voor anderen iets is, voelt men een zin en zending van
het eigen bestaan.

Zijn medelijden is echter niet zonder gevaar. Het werkt verslavend, niet
alleen voor hemzelf, maar ook voor Edith. Zonder dat Hofmiller het in
de gaten heeft, wordt het meisje hartstochtelijk verliefd op hem. Ediths
behandelend arts legt hem uit:

Alleen in het begin is medelijden Ė net als morfine Ė een weldaad
voor de zieken, een geneesmiddel, een redmiddel, maar wanneer
men niet goed weet de dosis te bepalen en wanneer te stoppen,
wordt het een moorddadig gif. Met de eerste paar injecties doet men
goed, die kalmeren, die verzwakken de smart. Maar noodlottig genoeg 
bezit het organisme, het lichaam zowel als de ziel, een angstwekkend
aanpassingsvermogen; zoals de zenuwen steeds meer morfine nodig 
hebben, heeft het gevoel steeds meer medelijden nodig, en ten slotte 
meer dan men geven kan. Eens komt onvermijdelijk het ogenblik, daar 
en dan, waarop men ĎNeení moet zeggen en zich er niet om mag 
bekommeren, of de ander ons voor deze laatste weigering meer haat, 
dan wanneer men hem nooit geholpen had. Ja, beste luitenant, men 
moet zijn medelijden goed in toom houden, anders richt het erger 
schade aan dan alle onverschilligheid.

Hofmiller kan Ediths dwingende emotionele appŤl echter niet weerstaan.
Want, zo merkt Stefan Zweig op, juist de Ďgetekendení, Ďmisvormdení
en Ďbuitengeslotenení, degenen die zoals Edith geen kans en
hoop hebben, begeren met een Ďfanatieke en duistere hartstochtí. De
luitenant verlooft zich zelfs tegen zijn wil met Edith. Tegenover zijn
kameraden ontkent hij de verloving. Wanneer dit Edith ter ore komt,
maakt zij een einde aan haar leven.

 

Afstand: Een koude muur

Soms is een hulpverlener zo vervuld van zijn of haar eigen theoretische uitgangspunten dat hij/zij geen oog meer heeft voor de cliŽnt. Binnen de psychoanalytisch georiŽnteerde therapieŽn, bijvoorbeeld, zijn overdracht en tegenoverdracht kernprocessen in de behandeling. Dan is het zaak dat de hulpverlener zo min mogelijk van zichzelf laat zien zodat de overdracht van zijn of haar cliŽnt maximaal is. Daarop is de bekende karikatuur van de 'hummende hulpverlener' terug te voeren. Sommige hulpverleners nemen het echter wel heel nauw met de juiste distantie die zij in acht dienen te nemen.

Sophie is in therapie bij een hulpverlener die psychoanalytisch is geschoold. Hij neemt zijn taak uiterst serieus. Sophie vertelt: "Hij zat met zijn armen strak over elkaar. Kil en afstandelijk. Een mond als een streep. Vroeg mij niks en zat alleen een beetje te duiden. HmÖ hmÖ, dit betekent zus, dat betekent zo, juist ja, dan hebben we te maken met dat en dat. Hij keek mij niet eens aan. Ik had het gevoel dat ik tegen een muur sprak. Toen hij eens op vakantie ging, vroeg ik vriendelijk: waar ga je naartoe? Daarop zei hij: dat gaat jou niet aan. Ik was perplex! Ik dacht: denk je soms dat ik meewil?! Toe nou zeg, het mag toch wel een beetje persoonlijk. Niet zo steriel. Ik heb menselijk contact nodig. Maar ik durfde er niks van te zeggen. Daarvoor was hij te koud."

 

Afstand: Hulpverlener (r) bang voor de problemen van de cliŽnt

 

Hoogmoed: Onmisbaar

Het gebeurt nogal eens dat de hulpverlener zijn cliŽnt als afhankelijk
en onmondig ziet, en zichzelf een centrale rol in diens leven toeschrijft. Een voorbeeld.

Max gaat in therapie wegens aanhoudende neerslachtigheid. Na de intake staat hij lange tijd op een wachtlijst. In die wachttijd schraapt hij al zijn krachten bij elkaar en ontplooit een aantal initiatieven. Wanneer de  behandeling begint, voelt hij zich een stuk beter. De hulpverlener is er  echter van overtuigd dat het niet goed met Max gaat. Zij acht het onmogelijk dat Max zonder haar hulp is opgeknapt.

Onmacht: Een boze hulpverlener

Voor een hulpverlener kan het moeilijk te verteren zijn wanneer een cliŽnt kritiek op de behandeling heeft. Hij of zij spant zich immers voor hem in en wil waardering voor zijn inzet.

Coen koestert zich aanvankelijk dankbaar in de warme belangstelling van zijn mannelijke hulpverlener. Maar na verloop van tijd voelt hij zich steeds minder op zijn gemak. Hij gaat zelfs tegen de sessies opzien. De hulpverlener begint hem te irriteren. Diens overdreven dictie staat hem niet aan. Eigenlijk wel een arrogante kwast, vindt Coen. Als hij eens te laat is voor zijn wekelijkse afspraak, vraagt de hulpverlener hem vriendelijk in het vervolg op tijd te komen of Ė als dat niet lukt Ė de afspraak af te zeggen. Precies mijn vader, denkt Coen. Altijd bij het minste of geringste aanmerkingen. En hij geeft de hulpverlener de wind van voren. Na een aanvankelijke idealisering beleeft Coen zijn hulpverlener als evenbeeld van de 'slechte' ouder, zijn autoritaire vader.

De hulpverlener verliest uit het oog dat hij zijn cliŽnt van dienst is wanneer hij binnen van tevoren afgesproken spelregels als projectiescherm voor diens frustraties fungeert. Dat hij tijdelijk diens surrogaatvader (c.q. -moeder) is. Daardoor trekt hij zich zich de kritiek van zijn cliŽnt persoonlijk aan. Hij voelt zich gekrenkt en afgewezen. Ten slotte schiet hij in de verdediging en wordt zelfs kwaad. 'Alles goed en wel, maar ik laat mij niet beledigen.' 'Ook ik heb mijn grens. Ik pik dit niet.' Voorbeelden van onmacht die beletten dat Coen zijn pijn over het autoritaire gedrag van zijn vader in de behandelkamer verwerkt.

 
 

 


Minderwaardigheid: Een jaloerse hulpverlener

Hulpverleners die hun werk goed doen, genieten daar meestal van. Zo kan een hulpverlener genoegen scheppen in het feit dat hij of zij een cliŽnt weer in contact brengt met diens innerlijke spankracht. Iemand zien opbloeien, kan aanstekelijk zijn. Maar hulpverleners zijn ook wel eens jaloers. Jaloers op sportieve, intellectuele of kunstzinnige prestaties van hun cliŽnt, op diens maatschappelijk succes, amoureuze avontuurtjes of mooie uiterlijk Ė op dingen waarin de cliŽnt zich onderscheidt van anderen, waarop hij of zij trots is.

Wie zijn eigenheid respecteert, kan ook anderen waarderen om wie zij zijn. Wie echter onvrede met zichzelf heeft, zich onzeker of minderwaardig voelt, is geneigd zich aan anderen te spiegelen. Dan ligt jaloezie op de loer. 

Een hulpverlener zal niet gauw afgunstig zijn zolang de cliŽnt er slechter aan toe is dan hij of zijzelf. Dat is meestal het geval op het moment dat de cliŽnt zich voor therapie aanmeldt. Bang, verdrietig of wanhopig zoekt de cliŽnt steun en stelt zich daarmee afhankelijk op. Maar mensen die besluiten in therapie te gaan, zijn niet uitsluitend zielige hoopjes ellende. Iedereen heeft sterke en minder sterke kanten. Iemand die in behandeling is voor relatieproblemen, bijvoorbeeld, kan op zijn werk voortreffelijk functioneren. Wanneer een hulpverlener jaloers op zijn of haar cliŽnt wordt, is het niet ondenkbaar dat hij/zij Ė in plaats van diens vitaliteit te benadrukken Ė diens zelfvertrouwen ondermijnt. 

Hier volgt een voorbeeld van een hulpverlener die de prestaties van zijn cliŽnt minimaliseert wanneer deze aan zijn eigen deskundigheid grenzen.

Carlo is in therapie wegens terugkerende gevoelens van depressie, die worden afgewisseld met periodes van euforie. Hiervoor is hij al jaren onder behandeling en ook opgenomen geweest in een psychiatrisch centrum. Over zijn ervaringen in de psychiatrie heeft hij een egodocument geschreven. Opgetogen vertelt Carlo zijn mannelijke hulpverlener dat het boek in gunstige zin op de radio is besproken. Met name de heldere manier waarop hij zijn psychische problemen in kaart heeft gebracht, werd geprezen. Niet alleen nuttig voor cliŽnten, maar ook voor hulpverleners, zo werd gezegd. De reactie van de hulpverlener is: ĎJa, ja, leuk. Zelf heb ik naast mijn drukke praktijk beslist geen tijd om zulk soort voorlichtingsboekjes te schrijven.í

 

 

 

naar boven



1
De gevalsbeschrijvingen in deze tekst zijn gebaseerd op gesprekken
met (voormalige) cliŽnten. Namen en persoonlijke bijzonderheden zijn veranderd om anonimiteit te waarborgen.

©  Saar Roelofs (2008). Op tekst en cartoons rusten auteursrechten.

 


 

 

EEN TUCHTZAAK OVER TEGENOVERDRACHT:
theoretische kennis is niet genoeg voor vakkundige hulp

 

Bij het regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg in Amsterdam werd eind 2019 een tuchtzaak behandeld waarin tegenoverdracht een belangrijke rol speelde. De aangeklaagde hulpverlener is dan psychotherapeut en (inmiddels emeritus) hoogleraar in chronische traumatisering. Hij is gespecialiseerd in dissociatie bij getraumatiseerde mensen en schreef daarover diverse standaardwerken. Hij werkte als psycholoog-psychotherapeut bij enkele ggz-instellingen en is jarenlang opleider geweest. Verder geniet hij wereldwijd bekendheid en ontving hij diverse onderscheidingen. Maar bijna niemand wist welke misstanden zich in zijn behandelkamer afspeelden. Totdat een van zijn clinten een tuchtzaak aanspande. De uitspraak van het tuchtcollege is vernietigend: volgens het college was er sprake van aanzienlijke en volstrekt onaanvaardbare afwijkingen van de normen binnen de beroepsgroep.  De psychotherapeut beŽindigde de behandelrelatie echter pas toen hij als gevolg van de behandeling van zijn cliŽnt geheel uitgeput was en last kreeg van paniekaanvallen.

Hierna volgen enkele passages uit de beslissing van het college. Daarin wordt de cliŽnt 'klaagster' genoemd en de psychotherapeut 'verweerder'. Wegens de leesbaarheid is het taalgebruik van de uitspraak enigszins gestroomlijnd.

Hulpverlener veroorzaakt intens lijden
Klaagster is ruim 20 jaar bij verweerder in behandeling geweest. Zeker in de laatste tien jaren was tussen beiden sprake van een buitengewoon en ongebruikelijk intensief contact. Zo vonden er in de periode 2012 tot het einde van de behandeling in 2015 twee ŗ drie zittingen per week plaats die soms vijfenhalf uur per keer in beslag namen. Daarnaast was er vrijwel dagelijks telefonisch contact; tijdens een zeer langdurige periode is sprake geweest van twee telefonische contacten per dag, die in ieder geval tussen de 15 en 25 minuten duurden. Ook hebben huisbezoeken plaatsgevonden. Verder stuurde verweerder klaagster e-mails met zeer persoonlijke teksten over hun relatie en ruim 200 kaarten met dergelijke teksten, gaf hij klaagster een aanzienlijke hoeveelheid geschenken (waaronder cdís, boeken en sieraden) en sprak hij op het antwoordapparaat van klaagster persoonlijke teksten in. Dit om klaagster te laten zien dat hij aan haar dacht en haar niet alleen liet. Voorts heeft verweerder met klaagster uitgebreid gesproken over problemen die hem persoonlijk bezighielden, waaronder problemen uit zijn verleden en zijn destijds bestaande huwelijksproblemen die het gevolg waren van het intensieve contact met klaagster. Ten slotte beŽindigde verweerder de therapiesessies veelal met een omarming/omhelzing, hetgeen bepaald niet in overeenstemming is met hetgeen gebruikelijk en aanvaard is binnen de beroepsgroep.

Uit het door verweerder overgelegde dossier blijkt dat er niet periodiek en frequent behandelplannen zijn opgesteld en behandeldoelen zijn geformuleerd. Uit het dossier volgt ook niet of, en zo ja, welke voortgang in de behandeling is geboekt en welke doelen zijn bereikt. Weliswaar blijkt uit het dossier dat verweerder met enige regelmaat collega's heeft geraadpleegd met de vraag hoe hij de behandeling zou kunnen verbeteren, maar daarbij heeft hij geen gebruik gemaakt van een gestructureerde vorm van intervisie zoals binnen de beroepsgroep gebruikelijk is. Gelet op de zeer langdurige en complexe problematiek die aan de orde was en de problemen die verweerder zelf ondervond, had verweerder Ė zeker daar hij als expert op het gebied van feedback geldt Ė dienen te weten dat een vraag om advies of hulp onvoldoende garanties geeft voor een deugdelijke analyse van de problematiek en een goed inzicht in het eigen handelen.

Dit alles is des te verwerpelijker nu bij verweerder al vanaf het begin van de behandeling het idee bestond dat de geboden hulp niet effectief was. Verweerder omschrijft dit idee in zijn verweerschrift als volgt: ĒHij had het gevoel dat de behandeling het intense lijden van klaagster in stand hield en zelfs versterkte.Ē Verweerder heeft de behandelrelatie echter pas beŽindigd toen hij met name als gevolg van de behandeling van klaagster geheel uitgeput was en last kreeg van paniekaanvallen.

Zeker gelet op de standpunten die hij in zijn boeken inneemt en op congressen uitdraagt, is het onbegrijpelijk dat verweerder in de complexe situatie waarin hij verkeerde niet heeft gezorgd voor deugdelijke feedback en/of intervisie, maar heeft volstaan met het vragen van raad aan en het betrekken van collega's bij de behandeling. Daarbij heeft verweerder zich bij de behandeling niet gehouden aan de voor zijn beroepsgroep geldende regels en uitgangspunten. Er is geen sprake geweest van geringe afwijkingen van hetgeen binnen de beroepsgroep gangbaar is, maar van aanzienlijke en volstrekt onaanvaardbare afwijkingen. Van verweerder als behandelaar had mogen worden verwacht dat hij, toen hem al geruime tijd duidelijk was dat hij niet tegen de situatie was opgewassen, de behandelrelatie had verbroken. In plaats daarvan heeft hij de behandelrelatie tien jaar doorgezet op een wijze waarvan hij wist dat deze bepaald niet was aangewezen en zelfs schadelijk was voor klaagster. Het college rekent dit verweerder zwaar aan.

Tijdens de zitting erkent de psychotherapeut zijn falen en betuigt hij zijn spijt. Het opleggen van een verdergaande maatregel dan het verbod tot herinschrijving in het BIG-register(waarin de therapeut niet meer ingeschreven stond) is voor het tuchtcollege niet mogelijk.*

* BIG staat voor Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. De Wet BIG zorgt ervoor dat de kwaliteit van de gezondheidszorg hoog is en blijft. Ook beschermt de Wet BIG patiŽnten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van zorgverleners. Dit doet de Wet BIG onder andere met het BIG-register.

__________________

Tuchtrecht Overheid. Zaaknummer 2019/1799. Uitspraak op 7-11-2019.
Zie website: https://tuchtrecht.overheid.nl/ECLI_NL_TGZRAMS_2019_22

 

 

"In de war"

In de Volkskrant van 4 januari 2020 vertelt de cliŽnt uit de bovengenoemde tuchtzaak, Hilly, haar verhaal. Haar motivatie is dat ze publiek wil maken hoe gemakkelijk het is om wangedrag in de ggz te verbergen.

Hilly had een traumatische jeugd. Haar ouders kampten met een oorlogstrauma, twee broertjes stierven toen ze nog een kind was en haar vader overleed op haar zestiende. Daarover werd thuis niet gepraat. Op haar achtste is ze door een twintigjarige buurjongen seksueel misbruikt. Op haar 43ste gaat ze in therapie bij de expert op het gebied van trauma en dissociatie. Maar de behandeling ontspoort enorm.

Hoe kon dat gebeuren? Evenals Hilly's ouders kampten de ouders van haar hulpverlener met een oorlogstrauma. En de hulpverlener heeft net als Hilly een broer verloren. Maar de expert op het gebied van trauma en dissociatie bleek zijn eigen problemen niet te hebben verwerkt. Over die problemen begon hij tijdens de therapiesessies te praten. Hilly: ďHij probeerde via mij zijn eigen problemen op te lossen.Ē

Waarom ging Hilly niet weg, naar een andere hulpverlener? Omdat ze dacht dat het ging om een therapie zoals haar therapeut in zijn boeken beschreef. Omdat ze dacht: het ligt aan mij. Omdat ze in de war was over zijn gedrag: hij was nu eens dominant en defensief, dan weer zeer betrokken. Omdat ze hoopte op een goede afloop van de behandeling: "Telkens gaf hij hoop en beloofde hij dat de therapie zou slagen." Bovendien, wie zou haar geloven als ze naar een andere hulpverlener zou gaan? Hilly: "De wereld van de geestelijk gezondheidszorg is gesloten. Mijn therapeut was een internationaal bekende hoogleraar. Mensen waren onder de indruk van hem. Wie durfde aan hem te twijfelen? Voor mij was het alsof iedereen elkaar de hand boven het hoofd hield." Kortom, Hilly zat klem.

Visser. E. de & en M. Effting (2020, 4 januari). Klem in de spreekkamer: als een psychotherapeut te ver gaat. De Volkskrant


Grillig

Hilly's hulpverlener was jarenlang niet in staat tot een effectieve traumabehandeling. Maar hij kon de behandelrelatie ook niet verbreken. Hij liet de relatie hoe dan ook voortbestaan. Hij had Hilly immers nodig. Voor de voortzetting van de relatie was Hilly's instemming noodzakelijk. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

Uit Hilly's opmerkingen in de Volkskrant blijkt onder meer dat zij in de war was over het grillige gedrag van haar hulpverlener: deze wisselde dominantie en afweerreacties af met empathie. In termen van de gedragstherapie is hier sprake van zogeheten intermitterende beloning, dat wil zeggen dat gedrag slechts in een deel van de gevallen, op willekeurige momenten, wordt beloond. 

Intermitterende beloning is een effectieve manier om iemand te binden of een bepaald gedrag in stand te houden. Denk bijvoorbeeld aan gokverslaving. Bij gokken wordt ook maar af en toe een beloning uitgekeerd. Dus Hilly bleef "in therapie".

 

naar boven

 

Lees ook: De veerkracht van de hulpvrager. (Deel 3 van Wie is er nu gek?)

 

Andere praktisch info over de ggz-hulp

© copyright: Saar Roelofs , 2008

 

 

Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Niet storen. Een kritische beschouwing over de Riagg 
Wie is er nu gek? Over kronkels in de therapeutische relatie

Nog altijd & Cement. Levensverhalen van Auschwitz-overlevenden
Tien componistenportretten in woord en beeld
Keerpunt. Over persoonlijke crises en kansen

Praktische 
info  over 
de ggz hulp

 CV  Saar Roelofs

 Geen talent voor volgzaamheid: 
ervaring als psycholoog in de ggz


saar.roelofs@xs4all.nl 

© Partner Productions