INHOUD
Intro
passage uit Niet storen:
De
Riagg Zuidoost na de Bijlmerramp: een metamorfose -
De organisatie: van binnen naar buiten -
De
hulpverlening: van diagnose naar verhaal -
Terugkeer naar de oude
werkwijze - Hoopvol
Bronnen
Het lot
van de slachtoffers van de Bijlmerramp
INTRO
De Bijlmervliegramp.
Op 4 oktober 1992 stort een El Al
Boeing neer op de flats Groeneveen en Klein-Kruitberg in het hart van de
Amsterdamse Bijlmermeer. Er vallen 43 doden. Vele ooggetuigen en
nabestaanden zijn ernstig getraumatiseerd. De Riagg Zuidoost (inmiddels
opgegaan
in Arkin GGZ Amsterdam) bevindt zich op een steenworp afstand van de
rampplek en biedt hulp aan de rampslachtoffers. 84% van de
slachtoffers heeft een migratieachtergrond. Ze
zijn voornamelijk van Surinaamse en Antilliaanse afkomst.
Saar
Roelofs is ten tijde van de Bijlmervliegramp werkzaam als afdelingshoofd in de
Riagg Zuidoost.
De Riagg voorafgaande aan de ramp: weerstand tegen hulp aan
zwarte cliënten en cliënten met actuele trauma's Evenals
in andere Riagg's staat in de volwassenzorg van de Riagg Zuidoost in
1992 niet de hulpvraag van de cliënt centraal maar de voorkeur van
hulpverleners voor de behandeling van relatief jonge, goed opgeleide,
witte cliënten met vage klachten. De behandeling is
voornamelijk gericht op intrapsychische problemen van de cliënt,
d.w.z. op de wereld in de cliënt. Er
bestaat een weerstand tegen de hulp aan zowel cliënten met een
migratieachtergrond (in de regio Amsterdam Zuidoost rond de
Bijlmerramp ruim 50% van de bevolking) als cliënten met actuele trauma's en
sociaal-maatschappelijke problemen. (Zie ook het wetenschappelijke
rapport van het Trimbos-instituut uit 1992 Vraag
en aanbod in de Riagg.)
Na de ramp: meer en betere hulp voor
zwarte
cliënten
en
cliënten met actuele
trauma's.
Na de ramp
staat de hulpvraag van de client
centraal: voor zijn
of haar concrete behoeftes, gevoelens en culturele achtergrond.
Er wordt
unaniem een
beleidsnota aangenomen waarin wordt
aanbevolen de hulp aan cliënten met een migratieachtergrond te
verbeteren en meer zwarte hulpverleners aan te stellen. Er vindt
in de Riagg een ware metamorfose plaats.
De
metamorfose na de ramp demonstreert hoe de ggz eruit zou
kunnen zien als ze werkelijk afgestemd is op de noden van haar
cliënten.
De metamorfose
is
van korte duur.
Niet storen.
In 1997 publiceert Saar Roelofs
Niet storen.
Een kritische beschouwing over de
Riagg in woord en beeld.
De passage hieronder
over haar observaties in de ggz tijdens de maanden na de Bijlmerramp vormt het sluitstuk van het boek.
De
Riagg Zuidoost na de Bijlmervliegramp:
een metamorfose
De
organisatie: van binnen naar buiten
In de
eerste periode na de ramp is de Riagg in rep en roer. Hulpverleners,
managers, secretariaatsmedewerkers – iedereen draaft door de gangen
op zoek naar elkaar, naar houvast, naar orde in de chaos. De
tientallen behandelkamertjes in hoofdbouw, aanbouw en noodbarakken
worden in de geheel gelijkvloerse Riagg door een wirwar van gangen met
elkaar verbonden. In het centrum van dit conglomeraat van bouwsels
vormen twee hoofdgangen een kruispunt. Hier worden de belangrijkste
beslissingen genomen, hier overlegt iedereen met iedereen, hier vraagt
men elkaar om raad zonder onderscheid naar afdeling, discipline of
behandelteam.
De cliënten lopen af en aan. Zij vragen om hulp bij de verwerking van
de schokkende gebeurtenis en om advies bij tal van praktische
problemen. De directe beschikbaarheid voor de cliënten wordt nu
belangrijker geacht dan bureaucratische regelgeving. In de eerste week
na de ramp is de Riagg tot elf uur 's avonds en ook in het weekend
open. Op nieuwe inschrijfformulieren vult men alleen de
allernoodzakelijkste gegevens in. Vertegenwoordigers van uiteenlopende
disciplines en methoden werken intensief samen om zo snel mogelijk een
passend hulpaanbod te creëren.
Wegens de enorme toestroom van allochtone cliënten komt nu ook het
migrantenbeleid in een stroomversnelling. Kort na de ramp wordt een
nota aangenomen waarin het bestaande migrantenbeleid op het gebied van
personeelszaken, hulpverlening, deskundigheidsbevordering, registratie
en onderzoek wordt aangescherpt. Om taal- en cultuurbarrières te
overbruggen, worden extra allochtone hulpverleners aangetrokken.
De houding naar buiten is ongekend open. De omvang van de ramp dwingt
alle instellingen voor ggz in de regio tot een intensieve en flexibele
samenwerking. Binnen twee weken na de ramp ligt een gezamenlijk
beleidsplan op tafel. De Riagg trekt de regio in om voorlichting te
geven. Er wordt een voorlichtingsfolder in zeven talen verspreid. De
Riagg Zuidoost, wegens haar geslotenheid en abominabele huisvesting in
de regio ook wel De Bunker genoemd, breekt open.
De ramp laat zien dat er in de organisatie een potentieel aan
creativiteit, flexibiliteit en bezieling schuilt dat dwars op het
gangbare systeem staat. De kwaliteiten van de individuele medewerkers
komen nu maximaal aan bod. Tegelijkertijd wordt er een collectief doel
nagestreefd. Individuele verantwoordelijkheid, eigen initiatief en een
persoonlijke visie staan nu niet meer haaks op de
organisatiestructuur. Integendeel, deze kwaliteiten staan nu in dienst
van een hoger doel. De vliegramp creëert een paradoxale situatie: de
desintegratie van het gangbare hulpverlenings- en organisatiemodel
heeft tot gevolg dat de Riagg-medewerkers als geïntegreerde personen
kunnen functioneren. Het is niet voor niets dat de uitdrukking die de
Chinezen voor 'crisis' gebruiken -wei-ji - is samengesteld uit de
karakters voor 'gevaar' en 'gunstige gelegenheid'.
De hulpverlening: van
diagnose naar verhaal
De
cliënten. Op
de avond van de vliegramp wordt het leven van talrijke mensen in de
Bijlmermeer in één klap totaal ontwricht. Mensen hebben hun
buurtgenoten van balkons zien springen, zijn in paniek hun kinderen
kwijtgeraakt, hebben tussen de wrakstukken naar familie, dierbaren of
vrienden gezocht. Weer anderen hebben vanuit hun flat het vliegtuig
regelrecht op hun overburen zien invliegen. Zij slapen nauwelijks,
eten slecht. Voelen niets meer. Of juist te veel: "Zelfs mijn
haren en nagels doen pijn". Zij verkeren in doodsangst bij ieder
overvliegend vliegtuig. Hebben nachtmerries. Komen het huis niet meer
uit en overleven met restjes uit hun ijskast. Zwerven verdwaasd rond
de plaats van de ramp. Mensen komen geheel ontredderd naar de Riagg.
Zo staat er 's avonds ineens een oudere vrouw bedremmeld in de hal:
zij heeft twee van haar dochters zien verbranden en kan de beelden
niet van zich afzetten. 84% van de cliënten heeft een
migratieachtergrond.
Het
hulpaanbod. Ten overstaan van het immense leed waarmee zij nu
op directe wijze worden geconfronteerd, laten de hulpverleners hun
houding van autoriteit los. Er wordt advies ingewonnen bij externe
traumaspecialisten die wijzen op de noodzaak van een gebeurtenisgerichte
benadering waarin het verhaal van de cliënt centraal staat en
waarin geen plaats is voor fixerende psychiatrische classificaties.
Binnen vier weken na de ramp is een hulpaanbod voor ooggetuigen en
omwonenden gereed. Dit aanbod is gericht op de preventie van
stoornissen in de verwerking van de traumatische gebeurtenis. De
belangrijkste kenmerken van dit hulpaanbod zijn als volgt.
De
hulpvraag van de cliënt staat centraal. Het vertellen van de
schokkende ervaringen vormt het kernproces in de hulpverlening.
In
sommige gevallen komen nu voor het eerst ook vroegere pijnlijke of
traumatische gebeurtenissen aan de orde die voorafgaande aan de ramp
in de regel werden 'toegedekt’.
Er
is aandacht voor zowel de sociale en maatschappelijke situatie als
voor de lichaamsbeleving van de cliënt.
Voor
de cliënt is de diagnose helder: zijn klachten vormen normale
reacties op abnormale gebeurtenissen; ze vormen adequate pogingen om
aan de in de buitenwereld opgelopen stress het hoofd te bieden en zijn
geen tekenen van een intrapsychisch conflict.
In
de relatie tussen hulpverlener en cliënt wordt de macht
geminimaliseerd. De hulpverlener is zelf emotioneel geraakt en herkent
iets van zichzelf in de cliënt. Hij of zij deelt zijn kennis en is niet de
gezonde en gezaghebbende deskundige tegenover een zieke en
afhankelijke cliënt.
De
hulpverlener legt de nadruk op het gezonde en krachtige deel van de
cliënt.
Vergeleken met haar gangbare
bureaucratische en weinig cliëntgerichte benadering heeft de Riagg
Zuid-Oost zichzelf na de ramp ruim overtroffen.
Terugkeer
naar de oude werkwijze
De metamorfose
is van korte duur. De Riagg ziet in de ontwikkelingen na de ramp eerder
het gevaar dan een gunstige gelegenheid om nieuwe wegen in te slaan.
Drie maanden na de ramp is de behoefte aan "terug naar normaal" groter
dan de behoefte om de verworvenheden van het moment een plaats te geven
in de gangbare Riagg praktijk. De vernieuwingstendenzen worden in de
kiem gesmoord. De rol van de afdeling Preventie, innovatie en onderzoek,
die wegens haar expertise op het gebied van vernieuwing een belangrijke
bijdrage heeft geleverd aan de opzet van de hulpverlening aan de
slachtoffers van de ramp, is uitgespeeld. De afdeling Psychotherapie
neemt haar gebruikelijke machtspositie weer in. Wegens bezwaren uit deze
afdeling trekt het Riagg-management het nieuwe migrantenbeleid dat na de
ramp korte tijd heeft dienstgedaan weer in. De directeur stelt het hoofd
van de afdeling Psychotherapie aan als zogeheten
persattaché,
aan wie alle uitgaande berichten en geschriften over de ramp ter
beoordeling voorgelegd dienen te worden. De persattaché brengt
wijzigingen aan in de manuscripten die voor publicatie bestemd zijn of
verbiedt publicatie. Hiermee is een officieel ingestelde censuur in de
Riagg Zuid-Oost een feit. De hulpverleners trekken zich weer terug
tussen de vier muren van de behandelkamers met de bordjes
Niet storen.
Opnieuw worden er pseudodiagnoses gesteld. De organisatie sluit zich.
Lees meer over de terugkeer naar de oude
werkwijze op de webpagina Geen
talent voor volzaamheid
onder
De toekomst blijft achterom kijken.
Lees
hieronder over het lot van de slachtoffers van de
Bijlmervliegramp
.
.
Hoopvol
Met de opzet van het hulpaanbod voor de slachtoffers van
de Bijlmervliegramp liep de Riagg Zuidoost anno 1992 spontaan
vooruit op de alom aanbevolen ontwikkelingen in de geestelijke
gezondheidszorg, waarin de behoefte van de cliënt centraal staat en
niet die van de hulpverlener of organisatie. Er was sprake van een
collectieve inzet van het Riagg-personeel, waaraan geen reglement,
strategie of kwaliteitsbewakend systeem te pas kwam. Hiermee vervulde
de Riagg Zuidoost tijdelijk een voorbeeldfunctie voor andere Riagg’s.
Ook al werden de vernieuwingen in de Riagg in de kiem gesmoord, toch
stemt het feit dat die ontwikkelingen daadwerkelijk van de grond
kwamen hoopvol. Liefde voor het vak, bezieling, creativiteit en
respect voor de belevingswereld van de cliënt zijn in de organisatie
kennelijk wel aanwezig, zij het dat ze slechts onder
extreme omstandigheden worden aangeboord. Zou het mogelijk zijn die
krachten opnieuw te mobiliseren?
BRONNEN
Ggz-instellingen
Amsterdam Zuidoost (16-10-1992). Nazorgplan Vliegramp
Bijlmermeer.
Mittendorff,
C. (1992-1993). Serie lezingen gehouden in het kader van een bijscholing
overtraumaverwerking voor de hulpverleners in de Riagg Zuidoost naar
aanleiding van de Bijlmervliegramp. Video-opnames, Riagg Zuidoost.
Riagg
Zuidoost (1990-1993). Cliëntendossiers Volwassenenzorg 1990-1993.
Riagg
Zuidoost (april 1990 - april 1993) Notulen & interne
mailings.
Riagg
Zuidoost (1992). Het allochtonenbeleid in een stroomversnelling. Beleidsnota
van de afdeling Preventie, Innovatie & Onderzoek.
Riagg
Zuidoost (oktober 1992 - januari 1993). Pre-advies en notulen van de
projectgroep Hulpverleningsaanbod Vliegramp.
Roelofs,
S. (1992, 20 oktober), namens alle ggz-instellingen in Amsterdam
Zuidoost. Na de ramp: informatie en advies voor volwassenen.
Informatiefolder voor cliënten en overige bewoners van Amsterdam
Zuidoost. In zeven talen.
Sande, R. van der, F. Hoof en
G. Hutschemaekers (1992).
Vraag en aanbod in de Riagg. Een praktijkstudie van de Riagg-zorg
voor volwassenen. Utracht: Nederlands centrum Geestelijke
volksgezondheid(thans
Trimbos-instituut).
Het
lot van de slachtoffers van de
BijlmerVLIEGramp
Over het lot van de slachtoffers van de
Bijlmervliegramp is het volgende bekend:
|
Vakkennis
PTSS in Riagg Zuidoost was ontoereikend
De
vakgroep Psychiatrie van het Academisch medisch Centrum
(AMC) schreef in 1995 in een artikel dat anderhalf jaar
na de Bijlmerramp nog 34% van de slachtoffers met een
verwerkingsstoornis kampte terwijl het merendeel van de
betrokkenen was behandeld. De onderzoekers concludeerden
dat de behandelexpertise met betrekking tot de Post
Traumatische Stress-stoornis in de Riagg Zuidoost
ontoereikend was.
Carlier,
I.V.E., J.J. van Uchelen & B.P.R. Gersons (1995b). De
Bijlmermeer-vliegramp; een vervolgonderzoek naar de
lange termijn psychische gevolgen en de nazorg bij
getroffenen. AMC, Vakgroep Psychiatrie. |
|
|
Zes jaar na de ramp nog
zeker 100
slachtoffers met PTSS
In 1999 zou de Parlementaire Enquêtecommissie
Bijlmerramp in haar eindrapport
Een
beladen vlucht* constateren "dat
de psychische nazorg op een aantal punten tekort is geschoten" en "dat
er in 1998 nog zeker 100 mensen rondlopen met een Posttraumatisch Stress-stoornis en hieraan gerelateerde klachten, die een gevolg zijn van de
Bijlmerramp".
* Een
beladen vlucht. Eindrapport Bijlmer Enquête.
Sdu Uitgevers, Den Haag 1999.
|
|
|
|
Na 1999
geen gegevens
meer over het lot van rampslachtoffers met PTSS
Naar
aanleiding van de Parlementaire Enquète Bijlmerramp stonden de
slachtoffers van de ramp opnieuw in de publieke belangstelling. De
Riagg Zuidoost, in 1998 onder de naam De Meren bestuurlijk
gefuseerd met het psychiatrisch ziekenhuis Frederik van Eeden, stuurde
in mei 1999 een brief aan alle betrokkenen bij de
Bijlmerramp.* Daarin liet de instelling weten dat ze voornemens was in
samenwerking met traumaspecialisten vande afdeling Psychiatrie van het
Academisch Medisch Centrum
een behandelprogramma voor de rampslachtoffers op te zetten waarin
aandacht zou worden besteed aan de Posttraumatische Stress-stoornis.
De
afdeling Psychiatrie van het AMC publiceerde na de ramp met grote
regelmaat artikelen over de (evaluatie van) hulp aan de
rampslachtoffers (voor een opsomming: zie de bronnen bij het
onderstaande artikel**).
Over de voorgenomen samenwerking
tussen de afdeling Psychiatrie en Riagg Zuidoost (De Meren) bestaat
echter geen enkele publicatie. Ook in een artikel anno 2000 over alle
gebeurtenissen na de ramp maken de traumaspecialisten van het AMC
onder het kopje Hoe verder? geen gewag van samenwerking met de Riagg
Zuidoost.** Het is dan ook twijfelachtig
of de samenwerking tussen AMC en Riagg van de grond is gekomen.
In een interview in 2012, twintig jaar na de ramp, verklaarde
de hoogleraar Psychiatrie van het AMC dat het niet bekend is hoeveel
slachtoffers nog kampen met klachten ten gevolge van de ramp.*** Naar
het lot van de 100 rampslachtoffers die anno 1999 nog een PTSS hadden,
blijft het dus gissen.
*Brief dd 3 mei 1999 van mw.
J. Meijer, manager bedrijfsvoering van De
Meren,
aan de betrokkenen bij de Bijlmerramp.
** Berthold Gersons, Ingrid Carlier, Joris IJzermans, 'In de spiegel der
emoties': Onvoorziene langetermijngevolgen van de Bijlmervliegramp. Maandblad
Geestelijk volksgezondheid, 2000, 55(10). p.876-888.
*** Jaap Stam (2012, 4 oktober). "De Bijlmeramp heeft ons veel
geleerd. De Volkskrant.
|
|