Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Niet storen. Een kritische beschouwing over de Riagg 
Wie is er nu gek? Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd & Cement. Biografieën van Auschwitz-overlevenden
Tien componistenportretten in woord en beeld
Keerpunt. Over persoonlijke crises en kansen

Praktische 
info over 
de ggz hulp

 CV  Saar Roelofs

Geen talent voor volgzaamheid: 
ervaring als psycholoog in de ggz


saar.roelofs@xs4all.nl 

© Partner Productions

 

PRAKTISCHE INFO OVER DE GGZ-HULP

 IN DE GGZ IS ONVOLDOENDE AANDACHT VOOR ARBEIDSHULPVERLENING

Passage suit dr Saar Roelofs' boek Niet storen  (1997),
p. 109 / p. 138

Nog steeds actueel

Klik op de cover links voor recensies van Niet storen

 

In Saar Roelofs' boek Niet storen uit 1997 wordt aan de hand van de vakliteratuur, dossieronderzoek en eigen observaties (als afdelingshoofd, onderzoeker & gedragstherapeut in de ggz) de status quo van de instellingen voor ambulante ggz uit die tijd beschreven

In Niet storen reikt de auteur (potentiële) cliënten onder meer middelen aan om te zien of ze bij een bepaalde hulpverlener al dan niet in goede handen zijn. Cliënten dienen zodanig geïnformeerd te worden dat ze in staat zijn de hulpverleningsrelatie mede vorm te geven zodat de relatie een samenwerkingsrelatie wordt die niet eenzijdig door de hulpverlener wordt gedefinieerd.

Wellicht kan deze info mensen die in therapie zijn of gaan, aanmoedigen om niet alleen te af te gaan op de visie van de hulpverlener maar ook te vertrouwen op hun eigen inzichten in wat nuttig en zinvol voor hen is. 

Uit een onderzoek van het Trimbos-instituut getiteld Riagg en werk uit 1994 blijkt dat arbeidsgebonden problemen in de hulpverlening niet of onvoldoende aan de orde komen omdat hulpverleners eenzijdig aandacht heben voor puur intrapsychische processen en bij arbeidsgebonden problemen niet in staat  zijn praktijkgerichte hulpverleningstechnieken toe te passen.

Dit thema is heden nog steeds actueel. Zo zegt Evelien Brouwers, bijzonder hoogleraar Psychische gezondheid en Duurzame inzetbaarheid in Arbeid aan de Tilburg University, in 2026 in een interview dat hulpverleners doorgaans praten over arbeidsverzuim door een depressie of angststoornis, terwijl de klachten vaak op het werk ontstaan door een onveilige werksfeer, gebrek aan autonomie of te hoge werkdruk. Omdat de ggz zich voornamelijk richt op individuele symptomen en de werkvloer niet aanpakt, blijft de werkelijke oorzaak onbehandeld.

Hierna volgt twee passages uit Niet storen:
- Hoe gaan hulpverleners in de regel met arbeidsgebonden klachten van hun clienten om? (1)
- Hoe zou een goede arbeidshulpverlening eruit kunnen zien? (2)

 


Passage uit deel 2 De hulpverlening (p. 109)

Het ontbreekt hulpverleners vaak aan belangstelling voor de dagelijkse problematiek van hun cliënt. Volgens de auteurs van het bovengenoemde onderzoek van het Trimbos-instituut Riagg en werk* weten de hulpverleners meestal niets over de werksituatie van de cliënt. Zij vragen er niet naar. Zij hebben geen belangstelling voor wat arbeid voor mensen betekent, welk zingeving mensen eraan ontlenen. De behandelafdelingen van de Riagg’s hebben dan ook geen hulpverleningstechnieken beschikbaar om mensen met arbeidsgebonden problemen te steunen. De hulpverleners zien arbeidsgebonden problemen als een uiting van innerlijke psychische conflicten die uitgeplozen dienen te worden.

* Bijl, R.V., C.G.L. van Deursen, A. van Gageldonk en R.W.M. Gründemann (1994). Riagg en werk. Omvang, aard en behandeling van arbeidsgebonden problemen bij Riagg-cliënten. Utrecht: Trimbos-instituut.

Dit beeld wordt bevestigd door intern onderzoek in een drietal Riagg’s. Hieronder uit deze onderzoeken een aantal letterlijke uitspraken van hulpverleners die menen dat de arbeidsproblematiek van hun cliënten in de behandeling geen aandacht behoeft:

"Cliënten leggen nogal eens de oorzaak van hun problemen buiten zichzelf, met name in het werk."

"Problemen met arbeid behoren niet tot onze oplossingsmogelijkheden."

"In de behandeling heb je een werkdoel gesteld. Je richt je altijd op de persoonlijke mogelijkheden van een cliënt. Je richt je zo min mogelijk op zaken of personen buiten de cliënt. Tijdens de aanmelding leggen veel cliënten hun problemen buiten zichzelf. Dus de werksituatie is meestal niet het terrein waar je in de therapie daadwerkelijk iets mee doet."

Hierna een fictief voorbeeld van wat er met een cliënt kan gebeuren wiens arbeidsproblemen niet serieus worden genomen:

Stel, een man meldt zich in de Riagg wegens een arbeidsconflict met zijn baas. De man vindt de kwaliteit van zijn producten belangrijker dan de productiecijfers. Zijn baas denkt daar precies andersom over. De man is zeer gespannen, heeft last van hoofdpijn, rugpijn en slaapstoornissen. Iedere dag sleept hij zich naar zijn werk, maar hij wil het niet opgeven want hij is overtuigd van zijn gelijk. De hulpverlener meent dat aan het arbeidsconflict een dieper liggende oorzaak ten grondslag ligt, namelijk dat cliënt moeite heeft met gezagsverhoudingen in het algemeen en dat dit terug te voeren is op de relatie met zijn vader. Volgens de hulpverlener is niet het arbeidsconflict het probleem, maar de manier waarop de cliënt op gezag reageert.
De cliënt verkeert in de arbeidssituatie in een ondergeschikte positie. De kans bestaat dat hij het onderspit delft: dat hij wordt genegeerd, ontslagen of weggepromoveerd. Wanneer de hulpverlener de cliënt niet steunt, bijvoorbeeld door hem te leren zich te ontspannen en voor zichzelf op te komen, bevestigt de hulpverlener de ondergeschikte positie van de cliënt. Als de cliënt de visie van de hulpverlener overneemt, als hij zelf ook denkt dat hij niet met gezag kan omgaan, kan hij zich onzeker gaan voelen en zich gaan afvragen of de oorzaak van het arbeidsconflict soms uitsluitend bij hemzelf ligt. Door toedoen van de hulpverlening wordt de positie van de cliënt op zijn werk - in plaats van sterker - alleen maar zwakker. In zo’n geval raakt de cliënt van de regen in de drup.

 

Passage uit deel 3 Vernieuwingen (p. 138)

Betaalde arbeid neemt in onze samenleving een centrale plaats in. Arbeid draagt bij aan de existentiële zingeving en de identiteit van mensen, biedt kans op ontplooiing en op ontwikkeling van kennis en vaardigheden, schept gelegenheid tot sociale contacten en structureert de tijd. Juist door de centrale plaats van arbeid komen negatieve invloeden op het gebied van arbeid hard aan. Het werk zelf kan slecht zijn voor de psychische gezondheid, bijvoorbeeld wanneer iemand boven of onder zijn niveau werkt. Slechte arbeidsomstandigheden, zoals een te hoog werktempo of psychisch te belastend werk, slechte arbeidsverhoudingen door een ondeugdelijke stijl van leidinggeven of een ongezonde werksfeer, en slechte arbeidsvoorwaarden, zoals onzekerheid over het behoud van werk, kunnen schadelijk zijn voor de geestelijke gezondheid. Te weinig scholingsmogelijkheden en onderbetaling kunnen eveneens tot psychische problemen leiden. En tenslotte kan werkeloosheid een bedreiging voor iemands psychische gezondheid zijn.

Het door de afdelingen Preventie, Innivatie & Onderzoek in de Riagg's voorgestelde hulpaanbod ziet er als volgt uit.

De hulpverlener is zich ervan bewust hoe hij zelf over arbeid denkt, welke waarden en normen hij heeft meegekregen uit zijn maatschappelijke klasse. Is hij van mening dat 'ledigheid des duivels oorkussen is’ en dat 'rust roest’? Of heeft hij geleerd dat 'de boog niet altijd gespannen kan zijn’? Wanneer hij  of zij zich bewust is van zijn eigen ingeslepen opvattingen over arbeid, is de kans kleiner dat die het hulpverleningsproces gaan kleuren. Ook gaat hij/zij na welke waarden en normen zijn cliënt over arbeid heeft meegekregen en hoe die de houding van de cliënt ten opzichte van diens problemen bepalen. Omwille van zijn cliënt komt de hulpverlener zijn of haar behandelkamer uit om kennis te nemen van de activiteiten in de' arbeidsbuitenwereld’: in de arbeidsbureaus, de bedrijfsverenigingen, de Arbo-diensten enzovoort. Met deze instanties legt hij en onderhoudt hij contact.

Veel cliënten hebben last van spanningen op het werk en/of voelen zich niet zelfverzekerd genoeg tegenover hun collega’s en meerderen. Die cliënten kunnen gebaat zijn met ontspanningsoefeningen en een sociale-vaardigheidstraining. Soms is steun bij het maken van nieuwe keuzes, bijvoorbeeld voor ander werk of voor omscholing, nodig. Voor cliënten die in de ziektewet lopen, is het onderhouden van contact met de werkgever belangrijk. De hulpverlener kan hier als bemiddelaar optreden.

Bij cliënten die na een lange periode van ziekte arbeidsongeschikt worden verklaard, concentreert de hulpverlener zich op de verwerking van het verlies van de arbeid en de beroepsidentiteit. Daarna richten cliënt en hulpverlener zich gezamenlijk op een nieuw toekomstperspectief.

 

Meer praktisch info over de ggz-hulp

 

© copyright: Saar Roelofs , 1997

 

 

 


Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Niet storen. Een kritische beschouwing over de Riagg 
Wie is er nu gek? Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd & Cement. Biografieën van Auschwitz-overlevenden
Tien componistenportretten in woord en beeld
Keerpunt. Over persoonlijke crises en kansen

Praktische 
info over 
de ggz hulp

 CV  Saar Roelofs

Geen talent voor volgzaamheid: 
ervaring als psycholoog in de ggz


saar.roelofs@xs4all.nl 

© Partner Productions