Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Keerpunt  -  Over persoonlijke crises en kansen
Wie is er nu gek?  -  Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd  -  Levensverhaal van een Auschwitz-overlevende
Tien componistenportretten in woord en beeld
Niet storen - Kritische beschouwing over de ambulante GGZ

 CV 
Saar Roelofs

Ervaring in de GGZ


saar.roelofs@xs4all.nl 


© 
Partner 
Productions


OVERDRACHT

en

TEGENOVERDRACHT

Ingekorte passages uit dr. Saar Roelofs' boek

WIE IS ER NU GEK?
Over kronkels in de therapeutische relatie
  

Scriprum, 2008

Overdracht en tegenoverdracht

Het neutraliseren van tegenoverdracht

 


 

Overdracht en tegenoverdracht: van alle tijden

Hoe loyaal de cliŽnt ook is en hoezeer hij of zij ook vertrouwt op de kundigheid van zijn/haar hulpverlener, een hulpverlener is ook maar een mens: de hulpverlener heeft niet altijd de wijsheid in pacht en niets menselijks is hem/haar vreemd. De verantwoordelijkheid voor een niet vlottende of falende hulpverlening kan dan ook bij de hulpverlener liggen.  

In hoofdstuk 2 van Wie is er nu gek?, getiteld De therapeut op de divan, laat Saar Roelofs zien dat de gangbare scheidslijn tussen de 'gezonde' hulpverlener en de 'zieke' cliŽnt soms heel dun is. Aan de hand van de begrippen overdracht en tegenoverdracht legt ze uit hoe een behandeling de mist in kan gaan. Wanneer die mist niet oplost, bestaat de kans dat de psychische problemen van de cliŽnt niet af- maar toenemen. Dan is de cliŽnt verstrikt geraakt in de hulpverlening. Maar zelfs als hulpverlener en cliŽnt beiden tevreden over de therapeutische relatie zijn, hoeft dit niet per definitie te betekenen dat er sprake is van een goede hulpverlening.

Neutrale empathie. Voor een goede therapeutische relatie dient een hulpverlener in staat te zijn tot empathie. Dat wil zeggen: de hulpverlener dient zich met distantie en behoud van zijn observatievermogen tijdelijk te kunnen inleven in de belevingswereld van zijn cliŽnt. Hij voorkůmt dat hij te betrokken is, of juist te afstandelijk, en zorgt ervoor dat zijn persoonlijk leven het therapeutische proces niet doorkruist. Binnen deze zogenaamde neutrale empathie wordt de therapeutische relatie zorgvuldig gedefinieerd. De duur, frequentie en plaats van behandeling staan vast. De rolverdeling is omschreven: de cliŽnt vraagt hulp, de hulpverlener geeft hulp en bewaart het overzicht. Kortom: de grenzen waarbinnen de therapie zich afspeelt, zijn af gebakend. Dit is echter vaak niet het geval wegens het verschijnsel tegenoverdracht.

Overdracht. Er is sprake van overdracht wanneer een cliŽnt ten opzichte van de hulpverlener gevoelens koestert zonder dat de hulpverlener daartoe aanleiding geeft. Dit kunnen onverdiende positieve gevoelens zijn zoals idealisering en verliefdheid of ongegronde negatieve gevoelens zoals angst en woede. Deze gevoelens zijn in de regel terug te voeren op ervaringen uit de kindertijd alsof de cliŽnt de gevoelens die hij als kind tegenover zijn ouders of andere sleutelfiguren (zoals grootouders, onderwijzers of broers en zussen) had, overdraagt op hulpverlener.

Tegenoverdracht. Wanneer de hulpverlener zijn neutrale empathische positie verliest, gaat tegenoverdracht een rol in de behandeling spelen. Er bestaan uiteenlopende definities van tegenoverdracht. De meest behoudende definitie is: iedere reactie van de hulpverlener die aansluit op de overdracht van de cliŽnt en die het therapeutische proces nadelig beÔnvloedt. Enkele voorbeelden:

De cliŽnt ziet zijn hulpverlener als liefhebbende moeder. 
De hulpverlener reageert hierop met affectie en zorgzaamheid.

De cliŽnt projecteert zijn autoritaire vader op zijn hulpverlener. 
De hulpverlener reageert hierop met frustratie.

De cliŽnt gedraagt zich alsof de hulpverlener zijn jongere broer is en kleineert hem. De hulpverlener reageert hierop met onzekerheid.

In plaats van zich neutraal op te stellen, laat de hulpverlener zich Ė vanuit een gevoel van bezorgdheid, wrevel of onzekerheid Ė mee zuigen in de reacties van zijn cliŽnt en versterkt ze daarmee. Zijn reacties hebben dan ook een nadelige invloed op het therapeutische proces 

In een ruimere definitie heeft tegenoverdracht betrekking op alle reacties van de hulpverlener die een neutrale empathie in de weg staan. Want wat voor de cliŽnt geldt, gaat ook op voor de hulpverlener: ook de hulpverlener is kind geweest en kan Ė evenals zijn cliŽnt Ė hebben geleden onder liefdeloze ouders, en verlangen naar iemand die hem ziet, begrijpt en respecteert. Ook hij/zij kan worstelen met onverwerkte angst, verdriet en boosheid. Wanneer de hulpverlener deze gevoelens niet onderkent, kan hij/zij deze zonder het te beseffen op zijn cliŽnt projecteren. 
De neutrale empathie kan tevens worden verstoord door positieve of negatieve gevoelens die hun oorsprong vinden in het dagelijks leven van de hulpverlener. Wanneer hij/zij bijvoorbeeld liefde tekort komt, na een echtscheiding of als de affectie van de uit huis gaande kinderen afneemt, kan hij/zij meer behoefte aan waardering hebben dan gewoonlijk. Of wanneer hij overbelast of oververmoeid is, kan de hulpverlener afstandelijk op de cliŽnt reageren.

Voorbeelden
In Wie is er nu gek?  legt Saar Roelofs aan de hand van vele voorbeelden gedetailleerd uit hoe onopgeloste emotionele problemen van de hulpverlener zelf het hulpverleningsproces kunnen verstoren of blokkeren. Daarbij maakt ze een indeling in drie globale, willekeurige categorieŽn van tegenoverdracht; categorieŽn die elkaar wederzijds niet uitsluiten:

Nabijheid en afstand
Voorbeeld van nabijheid: overschrijding van de grenzen
van de cliŽnt.
Voorbeeld van afstand: angst voor de problemen
van de cliŽnt.
Hoogmoed en minderwaardigheid
Voorbeeld van hoogmoed: een gevoel van onfeilbaarheid
van de hulpverlener.
Voorbeeld
van minderwaardigheid: jaloezie op de cliŽnt. 
Macht en onmacht
Voorbeeld van macht: verbaal overwicht over de cliŽnt. 
Voorbeeld
van onmacht: discussies met de cliŽnt.

 



Het neutraliseren van tegenoverdracht


Ken uzelf

Gevoelens van overdracht en tegenoverdracht zijn normale verschijnselen die Ė zoals in iedere menselijke interactie Ė ook in de therapeutische relatie een rol spelen. Ze horen bij het leven en dienen daarom te worden geaccepteerd. Ze zijn pas schadelijk als de hulpverlener ze niet tijdig onderkent, ze negeert of zelfs ontkent. In de geestelijke gezondheidszorg is tegenoverdracht een Ďbedrijfsrisicoí. Een vakbekwame hulpverlener Ė die zoals iedere hulpverlener
in het kader van zijn of haar opleiding zelf verplicht in therapie (leertherapie) is geweest Ė weet dat dit verschijnsel kan optreden. Hij of zij kent zichzelf. Hij/zij kent zijn/haar overlevingsstrategieŽn en zwakke plekken. Ondanks gevoelens van tegenoverdracht dient de hulpverlener steeds zijn neutrale empathische positie te behouden zodat de cliŽnt een therapeutische ontwikkeling kan doormaken. 
Hoe kan hij of zij de tegenoverdracht neutraliseren?

Supervisie of intervisie
Gevoelens van tegenoverdracht kunnen de hulpverlener wijzen op zijn eigen zwakke plekken. Een vakbekwame hulpverlener schuwt de spiegel niet. Wanneer hij of zij ten opzichte van zijn cliŽnt bijvoorbeeld sterke gevoelens van sympathie of antipathie ervaart, weet hij/zij dat er werk aan de winkel is. Dat het tijd is voor introspectie. Voor supervisie (overleg met een opleider) of intervisie (overleg met collegaís). Het kan een collega bijvoorbeeld opvallen dat de hulpverlener bijzonder bij het leed van zijn of haar cliŽnt betrokken is, overbetrokken zelfs. Wanneer de collega doorvraagt, zou de hulpverlener kunnen beseffen dat hij zich door eigen vroegere ervaringen met zijn cliŽnt identificeert. Aldus gewaarschuwd, kan hij of zij zijn/haar neutrale empathie proberen te hervinden.

In therapie
Wanneer het de hulpverlener in zijn/haar eentje niet lukt zijn/haar gevoelens te verwerken, wordt het tijd eens bij een collega op de therapeutische divan plaats te nemen. Want een hulpverlener kan zijn cliŽnt niet verder brengen dan hij zelf is.

Tegenoverdracht als therapeutisch middel
De hulpverlener kan de tegenoverdracht ook therapeutisch inzetten.
Wanneer hij/zij bijvoorbeeld geboeid raakt door een intelligente, verbaal
begaafde cliŽnt, zou de hulpverlener erop bedacht kunnen zijn dat de cliŽnt geneigd is zijn of haar problemen te intellectualiseren, dat wil zeggen zijn/haar verwarrende of verontrustende gevoelens met abstract denken af te weren. Of wanneer de hulpverlener merkt dat een timide cliŽnt hem schuldgevoelens bezorgt, zou hij/zij alert moeten zijn op mogelijke passieve agressie, dat is agressie die op een indirecte en weinig zelfverzekerde wijze wordt geuit. Aangezien de cliŽnt dergelijke negatieve gevoelens ook bij andere mensen zou kunnen oproepen, kan de hulpverlener zijn voordeel doen met de tegenoverdracht en de cliŽnt hiermee verder helpen.

 

In een recensie van Wie is er nu gek? schrijft Prof. dr. Patrick Luyten dat er in de opleiding tot hulpverlener te weinig aandacht is en blijft voor tegenoverdracht.

Tijdschrift voor Psychiatrie  5, 2009, P. Luyten

 


Zie ook: 

- Verstrikt in de hulpverlening

- Waarom schiet de hulp aan mensen met  (complexe) trauma's tekort?

 

 

 

© copyright: Saar Roelofs , 2008

Terug naar hoofdpagina Wie is er nu gek?

 


Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Keerpunt. Over persoonlijke crises en kansen
Wie is er nu gek? Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd  -  Levensverhaal van een Auschwitz-overlevende
Tien componistenportretten in woord en beeld
Niet storen - Kritische beschouwing over de ambulante GGZ

 CV 
Saar Roelofs

Ervaring in de GGZ


saar.roelofs@xs4all.nl 

© 
Partner 
Productions