Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken  
Keerpunt  -  Over persoonlijke crises en kansen
Wie is er nu gek?  -  Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd  -  Levensverhaal van een Auschwitz-overlevende
Tien componistenportretten in woord en beeld
Niet storen - Kritische beschouwing over de ambulante GGZ

 CV 
Saar Roelofs


saar.roelofs@xs4all.nl 

© 
Partner 
Productions


 

DE DSM IS NIET GESCHIKT is voor het stellen 
van een PSYCHIatrische DIAGNOSE 



Ingekorte passage uit dr. Saar Roelofs' boek

NIET STOREN
Een kritische beschouwing over de Riagg in woord en beeld

 


DE SCHIJNZEKERHEID VAN DE DSM
(Diagnostic and statistic manual of mental disorders)


Scherpe grenzen tussen 'gezond' en 'ziek'
Als hulpmiddel bij het stellen van een diagnose wordt in de GGZ wereldwijd gebruikgemaakt van een Amerikaans handboek, de Diagnostic and Statistic Manual of mental disorders (Diagnostisch en Statistisch Handboek voor geestesstoornissen), afgekort als DSM. Dat handboek pretendeert een overzicht te geven van alle bestaande geestesstoornissen. De stoornissen worden in categorieën ingedeeld zoals persoonlijkheidsstoornis, stemmingsstoornis, angststoornis en schizofrenie, die elk weer in rubrieken zijn onderverdeeld en voorzien van een korte beschrijving. Van de DSM zijn al verschillende versies verschenen. In 1952 werd de eerste versie gepubliceerd. Later volgden nieuwere versies.

Uitgangspunt van de DSM is dat er scherpe grenzen bestaan tussen gezond en ziek, tussen normaal en abnormaal. Ook bestaan er volgens dit handboek duidelijke grenzen tussen geestesstoornissen. De DSM geeft niet aan hoe verschillende stoornissen, bijvoorbeeld angst en depressie, kunnen samenhangen. Aan de DSM-classificatie ligt evenmin een theorie ten grondslag, dat wil zeggen: over de oorzaken van de geestesstoornissen worden geen uitspraken gedaan.

Om een diagnose te stellen werkt de hulpverlener onder meer met een zogeheten beslisboom: via een technisch protocol – aan de hand van een route van ja-neekeuzes – deelt hij klachten en problemen van mensen in rubrieken in. De rubrieken zijn voorzien van codenummers die uit vijf cijfers bestaan. Na het doorlopen van de beslisboom komt de gebruiker van de DSM III bijvoorbeeld uit op: 312.30, Stoornis in de impulscontrole nao. Zo’n manier van diagnosticeren wordt ook wel ‘botaniseerpsychiatrie’ genoemd, naar de botanicus oftewel plantkundige die zijn planten ontleedt om vast te stellen in welke categorie ze thuishoren.

De 'D' en de 'S' van de Manual. 
De DSM is in de jaren vijftig ontworpen om statistische informatie over bevolkingsgroepen te verzamelen: welke geestesstoornissen komen voor in dit land, in deze regio, in deze stad? Daarvoor staat de ‘S’ in DSM. Het handboek biedt hulp bij een snelle screening: in deze provincie komt zoveel procent angststoornissen voor, in die provincie zoveel. Hoewel het handboek Statistisch (S) én Diagnostisch (D) heet te zijn, is de DSM alleen bruikbaar voor registratiedoeleinden. De ‘D’ van‘Diagnostisch’ stelt niet veel voor: een ‘diagnose’ volgens de DSM is slechts een classificatie, een grove indeling in rubrieken aan de hand van een beschrijving van klachten en symptomen en zegt niets over de oorzaken daarvan.
Het woord ‘diagnose’ komt uit het Grieks en betekent letterlijk‘door-weten’ of‘door-schouwen’ van wat er met iemand aan de hand is. Een goede diagnose geeft – naast een samenvatting van iemands klachten en problemen – een hypothese over de oorzaak van die problemen, zoekt naar verbanden tussen de psychische problematiek en omgevingsfactoren, en geeft een vooruitblik op de behandeling. De DSM biedt slechts een technisch protocol aan de hand waarvan de hulpverlener zijn cliënt in een psychiatrische categorie indeelt, maar levert geen diagnose op. Desondanks werd de DSM in de hulpverlening een geliefd diagnostisch instrument.

Het ideaal en de praktijk. 
Volgens de makers van de DSM bestaat voor geestelijke gezondheid een universeel ijkpunt waartegen afwijkingen kunnen worden afgezet: met behulp van strenge procedures en richtlijnen is het mogelijk een voor alle mensen geldende 'waarheid' te bereiken. De DSM is echter een product van tijdgeest en cultuur. Dit blijkt onder meer uit de plaats van homoseksualiteit in het handboek door de jaren heen. In 1952 is homoseksualiteit volgens de DSM een seksuele afwijking, in 1968 een niet-psychotische geestesstoornis, in 1980 een homoseksuele oriëntatiestoornis en in 1987 is homoseksualiteit geen stoornis meer. Sterker, wie zijn eigen homoseksuele gevoelens niet accepteert, is gestoord ofwel egodystoon. Personen die vóór 1987 nog ongezond waren, werden na 1987 plotseling gezond.

Het technisch protocol van de DSM biedt, kortom, slecht een schijnzekerheid.

© copyright: Saar Roelofs , 1997


Vanaf 1 januari 2008 dient aan een DSM-diagnose een standaardbehandeling te worden gekoppeld. Men spreekt over een zogeheten Diagnose Behandeling Combinatie (DBC). In haar boek Wie is er nu gek? uit 2008 legt Saar Roelofs uit welke bedenkingen ze bij de DBC heeft.


Terug naar hoofdpagina Niet storen

 

 


Schilderijen
Inner world
Het meisje en de wolf
Portretten
Musici
Landschappen

Boeken
Keerpunt  -  Over persoonlijke crises en kansen
Wie is er nu gek?  -  Over kronkels in de therapeutische relatie
Nog altijd  -  Levensverhaal van een Auschwitz-overlevende
Tien componistenportretten in woord en beeld
Niet storen  -  Kritische beschouwing over de Riagg in woord en beeld

 CV 
Saar Roelofs


saar.roelofs@xs4all.nl 

© 
Partner 
Productions